Op 16 december 2025 heeft de Europese Commissie de herziene versie van het Vrijstellingsbesluit voor staatssteun voor diensten van algemeen economisch belang (“DEAB Vrijstellingsbesluit”) aangenomen. Nieuw is dat “betaalbare huisvesting” expliciet als DAEB in het Vrijstellingsbesluit is opgenomen, naast sociale huisvesting. Dit maakt mogelijk steun te verlenen voor de bouw en het beheer van betaalbare huisvesting zonder dat daarvan melding moet worden gemaakt bij de Europese Commissie. In deze blog ga ik in op deze wijziging.
Wat is staatssteun?
Staatssteun is het direct dan wel indirect verstrekken van financiële steun aan ondernemingen door overheden. Die steun kan de concurrentie in de EU verstoren en is daarom in principe verboden, tenzij er een uitzonderingsgrond geldt of de Europese Commissie de steun goedkeurt. Volgens artikel 107 VWEU is sprake van staatssteun als aan vijf voorwaarden is voldaan:
- De steun wordt verleend aan een onderneming die een economische activiteit verricht
- De steun is uit staatsmiddelen bekostigd
- Er is sprake van een economisch voordeel dat niet via de normale commerciële weg zou zijn verkregen
- Het voordeel wordt verstrekt aan een of enkele onderneming of een specifieke sector/regio
- Het voordeel vervalst de mededinging en het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig
Wat zijn diensten van algemeen economisch belang (DAEB)?
Diensten van algemeen economisch belang zijn economische diensten die een publiek belang dienen, zoals openbaar vervoer, sociale verzekering of sociale huisvesting. Overheidsoptreden bij de uitvoering van deze diensten is noodzakelijk, omdat de markt deze diensten anders niet of niet onder maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden levert.
Met “maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden” worden onder meer kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid, gelijke behandeling of algemene toegang van grote groepen burgers tot deze diensten bedoeld. Kort gezegd gaat het er om dat deze diensten een bepaalde kwaliteit hebben en tegen aanvaardbare voorwaarden en tarieven voor het publiek beschikbaar zijn. Overheden hebben een bepaalde mate van beoordelingsvrijheid bij het bepalen van welke diensten zij als DAEB kwalificeren.
Het ‘oude’ DAEB-Vrijstellingsbesluit
Het DAEB-Vrijstellingsbesluit biedt ruimte om DAEB te compenseren die gericht zijn op publieke en sociale dienstverlening op decentraal niveau. Er is in dat geval in beginsel wel sprake van staatssteun, maar deze hoeft niet te worden aangemeld bij de Europese Commissie als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- De DAEB is duidelijk omschreven en de onderneming krijgt het beheer in een besluit aangewezen;
- De compensatie is niet hoger dan de nettokosten (met een redelijke winst)
- De overheidsinstantie houdt toezicht op overcompensatie.
Er gold een compensatieplafond van € 15 miljoen per onderneming. Voor DAEB op het gebied van sociale huisvesting gold geen compensatieplafondwaren.
Wat verandert er met het herziene DAEB-Vrijstellingsbesluit
In het herzien DAEB-Vrijstellingsbesluit heeft de Europese Commissie de volgende wijzigingen doorgevoerd.
Introductie betaalbare huisvesting als DAEB
Naast DAEB op het gebied van sociale huisvesting bevat het herziene besluit ook de mogelijkheid om compensatie te verlenen en behoeve van DAEB op het gebied van betaalbare huisvesting, indien wordt voldaan aan de volgende vereisten:
- Betaalbare huisvesting moet beschikbaar zijn voor huishoudens die door van marktfalen, geen toegang tot betaalbare woningen, waarbij de betaalbaarheid moet worden gemeten op basis van betrouwbare indicatoren;
- Huur- of koopprijzen liggen onder de marktprijzen en worden vastgesteld op basis van transparante criteria;
- Huur- of koopprijzen mogen niet worden verlaagd tot onder het niveau dat nodig is om de betaalbaarheid voor de in aanmerking komende huishoudens te waarborgen;
- Betaalbare huisvesting voldoet aan minimale eisen voor kwaliteit, milieu en toegankelijkheid;
- Compensatie staat onder gelijke voorwaarden open voor alle dienstverrichters, ongeacht rechtsvorm en private of publieke karakter;
- De woningen zijn minimaal 20 jaar beschikbaar als betaalbare huisvesting; een kortere periode kan, mits goed gemotiveerd (bijvoorbeeld bij een tijdelijke maatregel).
Voor sociale én betaalbare huisvesting kan compensatie de kosten dekken van:
- Investeringen in nieuwbouw (inclusief grondaankoop).
- Aankoop en verbouw/renovatie van bestaande appartementen, woningen of gebouwen (of individuele onderdelen van een gebouw).
- Toegankelijkheid (bijv. voor ouderen of mensen met een beperking).
- Naleving van milieunormen en klimaatbestendigheid.
- Noodzakelijke exploitatiekosten voor het beheer van de dienst.
Verhoging compensatieplafond
Het algemene compensatieplafond is verhoogd naar maximaal € 20 miljoen per jaar. Voor DAEB op het gebied van sociale huisvesting en betaalbare huisvesting geldt geen compensatieplafond.
Versoepeling controle op overcompensatie
De controle op overcompensatie hoeft nog maar eens in de vijf jaar plaats te vinden in plaats van om de drie jaar. Controle is niet meer nodig wanneer de activiteit beperkt blijft tot het leveren van DAEB, met jaarlijkse commerciële inkomsten die niet meer bedragen dan 5% van de totale jaarlijkse inkomsten tijdens de periode waarin de verrichter met de DAEB is belast, en de verrichter wettelijke verplicht is al zijn winst in het verrichten van die DAEB te herinvesteren.
Vanaf wanneer?
Het herziene DAEB-Vrijstellingsbesluit is in werking getreden op 8 januari 2026.
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op met Jetske Huber en Michael de Groot.