Op 31 maart 2020 heeft de Rijksoverheid de NOW-regeling volledig gepubliceerd. De onderstaande toelichting is op basis van deze informatie voorbereid. Op woensdag 20 mei is de NOW 2.0 bekendgemaakt. Lees hier een toelichting op de hoofdlijnen van de verlengde regeling.

Wilt u volledig up-to-date zijn omtrent het coronavirus in arbeidsrechtelijk perspectief? Bekijk dit artikel.

Moment en wijze indiening NOW-aanvraag

1. Wanneer en waar kunnen werkgevers een aanvraag op basis van de NOW indienen?

Werkgevers kunnen waarschijnlijk vanaf maandag 6 april 2020 bij een digitaal loket van het UWV via www.uwv.nl een aanvraag indienen.

De aanvraagperiode voor subsidie op basis van de NOW loopt in ieder geval van 14 april tot en met 31 mei 2020. UWV streeft echter naar een eerdere datum, die van 6 april 2020.

2. Wat moeten werkgevers bij de aanvraag NOW aanleveren?

Bij een aanvraag moet u als werkgever aanleveren:

  • uw bedrijfsgegevens: naam, adres, telefoonnummer, e-mail, gegevens contactpersoon
  • als u werktijdverkorting heeft aangevraagd: het zaaknummer. Het zaaknummer staat op de ontvangstbevestiging van het ministerie. Het nummer bestaat uit 5 of 6 cijfers.
  • het loonheffingennummer: voor ieder loonheffingennummer moet u een aparte aanvraag indienen.
  • de drie maanden waarover u minstens 20% omzetverlies verwacht
  • het verwachte percentage omzetverlies in die periode
  • het rekeningnummer en de tenaamstelling: dit moet het rekeningnummer zijn dat de Belastingdienst gebruikt om te veel betaalde loonheffingen aan u terug te betalen. Wij maken de tegemoetkoming alleen naar dat rekeningnummer over. Let op: u kunt alleen een Nederlands rekeningnummer en adres opgeven. Werkgevers die een buitenlands rekeningnummer hebben gekoppeld aan het loonheffingennummer kunnen binnen vier weken een Nederlands rekeningnummer opgeven bij het UWV.
  • een kopie van uw bankafschrift (scan of schermafbeelding): dit is een afschrift van de bankrekening die we hierboven noemen. Rekeningnummer en naam rekeninghouder moeten goed zichtbaar zijn.

Voorts vraagt het UWV u een intentieverklaring te ondertekenen. Hiermee verklaart u dat:

  • u de juiste informatie heeft ingevuld en volledig bent geweest
  • u begrijpt en accepteert dat de bepalingen vanuit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op de aanvraag
  • u bevoegd bent om het bedrijf te vertegenwoordigen
  • er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd
  • u akkoord bent met het opslaan en het verwerken van de gegevens, volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

3. Wat voor beslistermijn geldt en wanneer kunnen werkgevers een tegemoetkoming verwachten?

Er geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Uit de persconferentie en de toelichting op de regeling volgt dat in de praktijk wordt gestreefd om een voorschot op de tegemoetkoming (80%) te verstrekken binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

NOW op hoofdlijnen en voorwaarden

4. Hoe ziet de NOW er op hoofdlijnen uit?

  • werkgevers kunnen een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de loonkosten;
  • werkgevers moeten een omzetverlies van minimaal 20% verwachten;
  • de NOW geldt voor 3 maanden en ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020.

5. Welke voorwaarden zijn van toepassing om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten op basis van de NOW?

De werkgever moet een omzetverlies van minimaal 20% verwachten. De werkgever committeert zich voorts aan de verplichting geen ontslagen op bedrijfseconomische gronden aan te vragen vanaf 18 maart 2020.

6. Zijn er naast de NOW nog andere voorwaarden van toepassing om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming in de loonkosten op basis van de NOW?

Er kunnen naast de NOW andere voorwaarden van toepassing zijn. Die gelden alleen als het UWV gegronde redenen heeft om aan te nemen dat:

  • de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
  • niet voldaan zal worden aan verplichtingen uit de NOW;
  • niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording afgelegd wordt omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
  • wanneer onjuiste of onvolledige gegevens zijn overgelegd, waarmee tot een onjuist besluit zou zijn gekomen;
  • sprake is van faillissement of surséance van betaling is verleend, of daartoe een verzoek bij de rechtbank is ingediend.

Als van een van die situaties sprake is, wordt de subsidie niet verleend.

7. Wordt de NOW zoals eerder aangekondigd voor 3 maanden verlengd?

Tot een verlenging van de NOW is op dit moment nog niet besloten. Bij een verlenging gaat het kabinet wel eventueel kijken naar aanvullende en/of andere voorwaarden voor de NOW. Dit wordt verwacht richting juni 2020.

Omzetverlies

8. Hoe moeten werkgevers het omzetverlies vaststellen?

Het omzetverlies wordt vastgesteld op basis van een vergelijking tussen 2019 en 2020. Dit werkt als volgt:

1.        Werkgevers stellen een aaneengesloten periode van drie kalendermaanden binnen de periode van 1 maart tot en met 31 juli 2020 vast, waarover de omzetdaling wordt verwacht. Dus: de eerste dag van de aaneengesloten periode van drie maanden moet vallen op de eerste dag van maart, april of mei 2020;

2.        Werkgevers stellen de zogenoemde referentieomzet als volgt vast:

a.  de omzet over het kalenderjaar 2019, gedeeld door vier, indien er sprake is van een werkgever waarvan de bedrijfsuitoefening uiterlijk op 1 januari 2019 is aangevangen; of

b.  indien onderdeel a niet van toepassing is, de omzet, gerealiseerd in de periode vanaf de eerste kalendermaand na de dag van aanvang van de bedrijfsuitoefening tot en met 29 februari 2020, gedeeld door het aantal maanden waarvan de omzet in aanmerking wordt genomen, vermenigvuldigd met drie.

3.        Werkgevers bepalen het verschil tussen 1 en 2.

4.        Werkgevers delen het verschil door de referentieomzet.

5.        De uitkomst van deze berekening moet worden uitgedrukt in hele procenten en naar boven worden afgerond.

9. Hoe moeten werkgevers omzetverlies in concernverband berekenen?

Het omzetverlies dient op concernniveau te worden vastgesteld. Indien uw onderneming onderdeel is van een concern, dan dient de omzet van de groep of de verbonden rechtspersonen tezamen aan het UWV te worden opgegeven. De werkgevers in de groep moeten dus hetzelfde percentage verwachte omzetdaling en dezelfde meetperiode kiezen. Wel dient per loonheffingennummer een afzonderlijke aanvraag te worden gedaan. Als een concern als geheel minder dan 20% omzetverlies heeft, krijgen afzonderlijke stilliggende onderdelen van dat concern géén tegemoetkoming in de loonkosten. Voor de bepaling van de omzetdaling wordt uitgegaan van de (relevante) concernonderdelen, waaruit het concern op 1 maart 2020 bestond. Voor concerns met Nederlandse en buitenlandse dochters geldt dat de omzetdaling van de rechtspersonen in de groep die geen Nederlands SV-loon hebben, niet hoeft te worden meegeteld.

10. Welk begrip van omzet wordt gehanteerd?  

Uit de toelichting van de regeling volgt dat wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Er wordt uitgegaan van de netto-omzet, waarbij het gaat om de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon onder aftrek van kortingen en dergelijke van over de omzet geheven belasting.

11. Kunnen bedrijven die uit voorzorg dichtgaan omdat als gevolg van de 1,5 meter afstandseis het werk niet veilig kan worden gedaan in aanmerking komen voor de NOW?

 Ja, deze werkgevers komen in aanmerking voor de NOW mits zij aan de geldende voorwaarden voldoen.

12. Kunnen bedrijven die wel geopend zijn, maar veel minder toeloop krijgen in aanmerking komen voor de NOW?

Ja, deze werkgevers komen in aanmerking voor de NOW mits zij aan de geldende voorwaarden voldoen.

13. Maakt het voor het omzetverlies uit of werkgevers in de afgelopen periode in verband met het coronavirus hun personeel hebben gevraagd verlofuren op te nemen (waardoor omzet niet is gerealiseerd)?

Dit is niet in de regeling of de toelichting opgenomen, dus (vooralsnog) wordt dit niet in de berekening meegenomen. De regeling is bewust eenvoudig en makkelijk uitvoerbaar gemaakt door met een vergelijking met 2019 te werken.

14. Moeten werknemers stoppen met werken gedurende de tegemoetkoming via de NOW?

Nee, dit is geen voorwaarde voor de NOW. Indien er werk is, kan van werknemers worden verwacht dit te verrichten. Werknemers moeten zich dus beschikbaar houden voor het verrichten van werk.

Geen ontslagaanvraag op bedrijfseconomische redenen

15. Hoe werkt de verplichting om geen bedrijfseconomisch ontslag aan te vragen gedurende de periode van looncompensatie?

Een werkgever mag geen aanvragen tot ontslag wegens bedrijfseconomische redenen indienen gedurende de periode waarover hij de tegemoetkoming van de NOW ontvangt. Dat betekent dat de werkgever in de periode van 18 maart tot en met 31 mei 2020 bij UWV geen verzoek mag doen om toestemming te krijgen voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen.

Als de ontslagaanvraag wel is gedaan in de periode van 18 maart tot en met het tijdstip van inwerkingtreding van de NOW regeling (2 april 2020), geldt dat de werkgever de gelegenheid krijgt om deze ontslagaanvraag binnen vijf werkdagen na inwerkingtreding van deze regeling in te trekken.

Als de ontslagaanvraag is gedaan na het tijdstip van inwerkingtreding van de NOW regeling, geldt dat de werkgever deze binnen vijf werkdagen na indiening van die ontslagaanvraag moet intrekken. Deze voorwaarde geldt ten aanzien van alle ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen.

16. Wat gebeurt er als de werkgever reeds een reorganisatie heeft ingezet voor 17 maart 2020?

De voorwaarde dat geen ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen mogen worden ingediend geldt niet voor ontslagaanvragen die bij UWV zijn ingediend voor 17 maart 2020.

17. Hoe werkt de verlenging van een NOW-aanvraag door op de verplichting tot geen bedrijfseconomische ontslagen?  

Over de mogelijkheid om de NOW maatregel met drie maanden te verlengen wordt voor 1 juni 2020 besloten. Bij verlenging kunnen nadere voorwaarden aan de regeling worden gesteld. Onduidelijk is of dit hiervan onderdeel gaat uitmaken.

18. Wat gebeurt er als werkgever deze verplichting niet nakomt en/of eventueel gedane aanvragen niet of niet tijdig intrekt?

Dit heeft gevolgen voor de definitieve vaststelling van de subsidie. Er vindt dan een correctie plaats, inclusief een boete. Bij de bepaling van de subsidie wordt vastgesteld wat het loon is van de werknemers voor wie ontslag is aangevraagd. Dit loon wordt met 50% vermeerderd. Het loon plus de vermeerdering van 50% wordt op het totale subsidiebedrag in mindering gebracht.

Tegemoetkoming kosten en berekening loonsom

19. Hoe hoog is de tegemoetkoming in loonkosten?

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet en bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt (bron: Rijksoverheid):

  • als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever;
  • als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever;
  • als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.

20. Wat is de loonsom?

Het subsidiebedrag is gebaseerd op de loonsom. Bij de berekening van het voorschot op de subsidie wordt gebruik gemaakt van de loonsom over de maand januari 2020. Als er over januari 2020 geen loongegevens zijn, gaat het UWV uit van november 2019. Als er ook geen gegevens zijn over november 2019, kan er geen subsidie worden toegekend.

Uitgegaan wordt van het sociale verzekeringsloon. Ook aanvullende lasten en kosten zoals onder andere werkgeverspremies en werknemersbijdragen aan pensioen en de opbouw van vakantiebijslag worden gecompenseerd. Omwille van de uitvoerbaarheid door het UWV is gekozen voor een forfaitaire opslag van 30% voor werkgeverslasten (in plaats van het in aanmerking nemen van de werkgeverslasten per individueel geval). Denk hierbij aan de werkgeversbijdrage aan de pensioenpremie en de WW-premie, die per werknemer kan verschillen.

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom zoals gebruikt bij het verstrekken van het voorschot op de subsidie vergeleken met de loonsom van de periode maart 2020 tot en met mei 2020. In de praktijk kan het voorkomen dat een werkgever loonaangifte doet per vier weken in plaats van per maand. In dat geval wordt het loon omgerekend naar het loon over een maand door het te verhogen met 8,33%.

21. Welk bedrag krijgen werkgevers vergoed onder de NOW-regeling?

Als uitgangspunt voor berekening van de hoogte van de subsidie geldt de formule: A x B x 3 x 1,3 x 0,9.

  • A is het percentage van de omzetdaling;
  • B is de loonsom over de maand januari 2020;
  • het getal ‘3’ brengt tot uitdrukking dat de subsidie betrekking heeft op een periode van 3 maanden;
  • het getal ‘1,3’ is een vermenigvuldigingsfactor die betrekking heeft op een toeslag in verband met werkgeverslasten;
  • het getal ‘0,9’ brengt tot uitdrukking dat een percentage van 90% wordt vergoed.

Een voorbeeld: stel uw onderneming heeft een omzetverlies van 30% en de loonsom over de maand januari 2020 bedraagt EUR 100.000. De hoogte van de subsidie onder de NOW-regeling is dan: 30% x 100.000 x 3 x 1,3 x 0,9 = EUR 105.300. De werkgever ontvangt 80% van de subsidie in de vorm van een voorschot. In dit voorbeeld gaat dat om een bedrag van EUR 105.300 x 80% = EUR 84.240.

22. De loonsom van een werkgever is in januari 2020 hoger dan later in het jaar 2020. Heeft dat nog gevolgen voor de hoogte van de subsidie?

De loonsom (‘B’ in de bovenstaande formule) wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom over de maand januari 2020. In de praktijk komt het voor dat de loonsom over de maand januari 2020 hoger is dan in de overige maanden. Bijvoorbeeld omdat er in de maand januari bonusbetalingen of winstuitkeringen zijn gedaan. Bovendien kan het zijn dat de loonsom na januari 2020 is gedaald omdat arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet zijn verlengd of werknemers in de proeftijd of op andere persoonlijke gronden zijn ontslagen.

Er vindt een correctie plaats in het geval de loonsom over de subsidieperiode uiteindelijk lager blijkt dan de loonsom over de maand januari 2020 (maal drie). De correctie bedraagt 90% van het verschil tussen de loonsom waarop de subsidie is gebaseerd (loonsom januari 2020 maal drie) en de in de drie maanden daadwerkelijk betaalde loonsom. De correctie zal de werkgever moeten terugbetalen. Dit kan nadelig uitpakken in bepaalde situaties, omdat in de correctie geen rekening wordt gehouden met het percentage omzetverlies, terwijl het percentage omzetverlies wel van belang is voor de berekening van de hoogte van de subsidie.

Ter illustratie hiervan volgt het volgende voorbeeld. In het bovenstaande voorbeeld was de loonsom van de werkgever in januari 2020 EUR 100.000. Stel dat de daadwerkelijke loonsom over de subsidieperiode van 3 maanden EUR 250.000 was. Dit is lager dan de loonsom van januari 2020 maal 3 (EUR 300.000). Er vindt daarom een correctie plaats. De hoogte van de correctie is (EUR 300.000 -/- EUR 250.000) x 1,3 x 0,9 = EUR 58.500. In deze formule wordt het percentage van de omzetdaling niet meegenomen. Dit zorgt er voor dat het uiteindelijke subsidiebedrag in ons voorbeeld fors lager is, namelijk EUR 105.300 -/- EUR 58.500 = EUR 46.800 in plaats van EUR 105.300. Het is een bewuste keuze van het kabinet geweest om geen rekening te houden met de omzetdaling bij het berekenen van de correctie, omdat het de uitgesproken wens van het kabinet is dat werkgever hun loonsom zoveel mogelijk gelijk houden. Werkgevers doen er dus goed aan er rekening mee te houden dat de NOW-regeling onder omstandigheden nadelig of minder goed kan uitpakken dan verwacht. Een alternatief is dan mogelijk meer passend.

23. Is het loon van werknemers gemaximeerd voor de tegemoetkoming?

Per werknemer wordt het loon gemaximeerd op tweemaal het maximale dagloon, bedoeld in artikel 17 van de Wet financiering sociale verzekeringen. Dit komt uit op een bruto bedrag van EUR 9.538,00.

24. Wat gebeurt er als de loonsom over de maanden maart-april-mei 2020 lager is dan die van januari 2020?

De hoogte van de subsidie wordt dan verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Dit is (in lijn met het doel van de NOW) een stimulans voor werkgevers om zo veel mogelijk werknemers in dienst te houden voor de uren die zij werkten voordat sprake was van het omzetverlies door het coronavirus.

25. Wat gebeurt er als de loonsom over de maanden maart-april-mei 2020 hoger is dan die van januari 2020 (of bij gebrek aan loongegevens november 2019)?

Een hogere loonsom in de maanden maart-april-mei 2020 leidt niet tot een hogere vaststelling van de subsidie. Werkgevers doen er dus wijs aan zorgvuldig te kijken wat het effect van aanname van personeel is ten opzichte van de loonsom van januari 2020 (of bij gebrek aan loongegevens november 2019).

26. Hoe werkt het voorschot op de tegemoetkoming?

Het UWV heeft laten weten dat het loket  op 6 april om 09:00 uur is geopend. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020.

Zodra positief op de aanvraag is beslist zal de subsidie verleend worden en een voorschot verstrekt worden van 80% van de verleende subsidie zoals deze wordt berekend op basis van de bij de aanvraag geleverde gegevens. Er geldt een beslistermijn van 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, al hebben minister Koolmees en het UWV aangegeven dat gestreefd wordt om de betaling van het voorschot binnen twee tot vier weken na ontvangst van de volledige aanvraag te realiseren. De verstrekking van het voorschot vindt plaats in drie termijnen.

Binnen 24 weken na afloop van de periode waarin de omzetdaling heeft plaatsgevonden verzoekt de werkgever om vaststelling van de subsidie via het daarvoor ontworpen formulier (te vinden op www.uwv.nl). Binnen 52 weken na ontvangst van deze aanvraag wordt de definitieve subsidie vastgesteld. Bij de afrekening kan sprake zijn van terugvordering of nabetaling. Wanneer die aanvraag niet (tijdig) gedaan wordt, wordt de verleende subsidie ingetrokken en kan het UWV deze terugvorderen.

27. Wordt de WW-uitkering van werknemers aangewend voor de financiering van de NOW tegemoetkoming?

 Nee. In het kader van de NOW wordt geen gebruik gemaakt van WW-rechten.

Loondoorbetaling tijdens NOW

28. Moeten werkgevers 100% van het loon doorbetalen gedurende als zij gebruik maken van de NOW?

Ja, werkgevers dienen 100% van het loon door te betalen.

29. Wat gebeurt er als werkgevers deels niet tot loondoorbetaling zijn overgegaan tot het moment waarop de NOW regeling op 31 maart 2020 meer duidelijkheid bracht?

Om in aanmerking te komen voor de NOW moet de werkgever zich inspannen om werkgelegenheid te behouden en de werknemers zoveel mogelijk door te betalen. Het voorschot van de NOW is gebaseerd op de loonsom over het aangiftetijdvak januari 2020. Als de loonsom over de maanden maart, april en mei lager is, wordt de hoogte van de tegemoetkoming verminderd met 90% van het bedrag waarmee de loonsom is gedaald. Worden minder werknemers doorbetaald, dan wordt de hoogte van de loonsom bijgesteld en neemt de tegemoetkoming in de loonkosten af.

30. Moeten werkgevers vakantiegeld uitbetalen of biedt het kabinet hiervoor regelingen?

Tot op heden heeft het kabinet hierover slechts aangegeven dat dit op individueel en sector niveau moet worden afgesproken. Wel is duidelijk dat personeelskosten anders dan loon, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemers-verzekeringen en een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld, ook onder de NOW-regeling worden vergoed. Het UWV hanteert daarvoor voor alle werkgevers een zelfde opslag van 30% bovenop de loonsom. Indien al vakantiebijslag is uitbetaald door een werkgever die vakantiebijslag reserveert, wordt dat vakantiegeld niet meegenomen in berekening van de loonsom. De vakantiebijslag zit immers al inbegrepen in deze opslag voor werkgeverskosten van 30%.

Flexibele krachten en uitzendkrachten

31. Kan de aanvraag ook zien op een tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers met een flexibel contract?

Ja. De NOW ziet ook op loonkosten van werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, bijvoorbeeld werknemers met een oproepcontract. Uitzendwerkgevers kunnen ook ten behoeve van uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een aanvraag indienen.

32. Kunnen werkgevers een na 1 maart 2020 aflopende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wel voortzetten en valt de loonsom van die voortgezette arbeidsovereenkomst onder de NOW? Ook als er geen werk meer is voor deze werknemer?

De NOW heeft ten doel om werkgevers te ondersteunen bij het zoveel mogelijk in dienst houden van hun werknemers. De regeling is er derhalve op gericht om werkloosheid te voorkomen en werknemers en hun gezinnen zoveel mogelijk baan- en inkomenszekerheid te bieden gedurende de coronacrisis. De regeling geldt uitdrukkelijk voor zowel werknemers met een vast contract als voor werknemers met een flexibel contract, zoals werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkgevers kunnen ook voor dergelijke werknemers subsidie ontvangen voor zover zij in dienst blijven en loon ontvangen gedurende de periode waarover de subsidie wordt verstrekt. Hoewel dit niet met zoveel worden in de regeling wordt benoemd, lijkt het onverenigbaar met de doelstellingen van de NOW dat werkgevers na 1 maart 2020 aflopende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet meer kunnen verlengen. In dat geval zou de doelstelling van de NOW, het voorkomen van werkloosheid en het bieden van baan- en inkomenszekerheid, immers niet worden gerealiseerd. Vooralsnog menen wij dan ook dat het werkgevers vrij staat om een op of na 1 maart 2020 aflopende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te verlengen zonder hun rechten onder de NOW te verliezen. Daarvoor maakt geen verschil of voldoende werk voor de werknemer voorhanden is. Let wel: de subsidie wordt berekend op basis van het omzetverlies en de loonsom over januari 2020 (of bij gebreke van gegevens daarover november 2019). Een hogere loonsom in maart-april -mei 2020 bijvoorbeeld door aanname van personeel leidt niet tot vaststelling van een hogere subsidie.

33. Geldt de NOW ook voor uitzendkrachten met een uitzendbeding?

Ja, de NOW geldt ook voor uitzendkrachten, met of zonder uitzendbeding. De aanvraag moet worden ingediend door het uitzendbureau. Voor uitzendwerkgevers gelden dezelfde voorwaarden als voor reguliere werkgevers. Als de uitzendkracht door de opdrachtgever is ‘teruggestuurd’ en het uitzendbeding is ingeroepen, kan het uitzendbureau de uitzendkracht een tijdelijk contract voor de duur van de tegemoetkoming aanbieden. 

34. Op welke manier kunnen werkgevers gebruik maken van de NOW voor werknemers met een nulurencontract die minder dan een half jaar in dienst zijn bij de werkgever?

De NOW geldt ook voor werknemers voor wie de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemers met een nulurencontract. De duur van het dienstverband is hier geen voorwaarde voor, maar de werkgever moet wel het loon doorbetalen. Het kabinet roept bedrijven op om deze mensen in dienst te houden en het loon door te betalen voor de uren die ze eerder gewerkt hebben. Het kabinet geeft in de toelichting op de NOW aan dat voor de berekening van de loonsom voor flexibele arbeidskrachten (onder meer nulurencontracten), net zoals voor vaste arbeidskrachten, moet worden uitgegaan van het gemiddelde loon in januari 2020 (of, als daar geen gegevens over beschikbaar zijn, november 2019).

Verplichting werkgevers na toekenning subsidie NOW

35. Gelden voor werkgevers verplichtingen, indien hen een subsidie op basis van de NOW wordt verleend?

Voor werkgevers gelden diverse verplichtingen:

  •  Gelijk houden loonsom: de werkgever is verplicht de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden;
  • Geen bedrijfseconomische ontslagen: de werkgever doet na 18 maart 2020 geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover subsidie is verleend;
  • Verplicht te besteden aan loonkosten: de werkgever is verplicht de subsidie uitsluitend aan te wenden voor de betaling van de loonkosten;
  • Informatieverplichting OR, PVT, werknemers: de werkgever is verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden, of bij het ontbreken daarvan, de werknemers te informeren over de subsidieverlening;
  • Administratieplicht: de werkgever voert een zodanig controleerbare administratie dat alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en verleent desgevraagd tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie inzage in deze administratie;
  • Verplichting loonaangifte: de werkgever doet de loonaangifte op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 op de voorgeschreven momenten;
  • Informatieplicht aan minister: de werkgever meldt onverwijld en schriftelijk aan de minister indien zich andere omstandigheden voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie;
  • Definitieve opgave omzetdaling: de werkgever overlegt na afloop van de periode waarover subsidie is verleend een definitieve opgave van de omzetdaling met daarbij een accountantsverklaring van een accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep;
  • Melding loonkostensubsidie participatiewet: indien aan de werkgever loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de Participatiewet is verleend, informeert de werkgever het college van burgemeester en wethouders dat de loonkostensubsidie heeft verleend, over de subsidieverlening op grond van deze regeling;
  • Medewerking onderzoek: de werkgever werkt tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verlenen van de subsidie, de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan, of de ontwikkeling van het beleid van de minister.

Gevolgen voor ingediende aanvragen Werktijdverkorting (WTV)

36. Wat geldt voor werkgevers die al een vergunning voor WTV hebben gekregen?

Als een werkgever al een toekenning heeft gekregen voor WTV, dan blijft deze vergunning van kracht.

37. Kunnen werkgevers die al een vergunning voor WTV hebben gekregen nog een verlenging aanvragen?

Nee, een verlenging aanvragen is niet mogelijk. In dat geval moeten werkgevers gebruik maken van de NOW.

38. Wat geldt voor werkgevers die een aanvraag voor WTV hebben ingediend, maar nog geen beslissing hebben ontvangen?

Een werkgever hoeft geen nieuwe aanvraag in te dienen. De aanvraag voor de ingetrokken regeling WTV wordt beschouwd als een aanvraag voor de nieuwe regeling. Er zal wel extra informatie worden opgevraagd.

39. Worden de reeds ingediende aanvragen WTV met voorrang behandeld?

In de NOW-regeling is bepaald dat alle vóór 17 maart 2020 om 18.45 uur bij het Ministerie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingediende aanvragen tot werktijdverkorting, waarop nog niet is beslist, worden aangemerkt als aanvraag in de zin van de NOW. Een werkgever die reeds een aanvraag voor werktijdverkorting heeft ingediend, hoeft dus géén nieuwe NOW-aanvraag te doen. Deze werkgevers zullen wel op korte termijn worden verzocht om aanvullende informatie aan te leveren over hun verlies aan omzet. Uit de regeling blijkt niet dat reeds ingediende WTV-aanvragen met voorrang boven andere aanvragen worden behandeld. Werkgevers die nu al gebruik maken van de WTV-regeling kunnen hun WTV-aanvraag niet verlengen. Wel kunnen zij een aanvraag voor een subsidie in het kader van de NOW doen.

Misbruik en oneigenlijk gebruik

40. Hoe gaat het UWV toetsen op misbruik en oneigenlijk gebruik van de NOW?

Als uitgangspunt geldt dat een werkgever zelf verantwoordelijk is voor de juistheid van de informatie die deze bij de NOW-aanvraag verstrekt. Dit brengt met zich dat van een werkgever wordt verwacht dat deze een zodanig contoleerbare administratie beheert, dat achteraf kan worden gecontroleerd of een NOW-subsidie al dan niet terecht is verleend. De werkgever is verplicht om desgevraagd tot vijf jaar na de toewijzing van de subsidie, inzage in deze administratie te verstrekken. Ook is de werkgever verplichting om onverwijld melding te doen indien duidelijk is dat niet langer aan de vereisten voor subsidieverlening wordt voldaan, bijvoorbeeld als de verwachte omzetvermindering zich toch (vrijwel) niet voordoet.
Voor de verificatie van de door de werkgever bij de aanvraag verstrekte gegevens worden gegevens uitgewisseld tussen de Belastingdienst en het UWV.
Dat voldaan wordt aan de verplichtingen uit het NOW is van groot belang, omdat het UWV de bevoegdheid heeft de al verleende subsidie in te trekken of ten nadele van de subsidieontvanger te wijzigen. Dat kan wanneer:

  • de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
  • niet voldaan zal worden aan verplichtingen uit de NOW;
  • onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en het verstrekken van de juiste gegevens tot een andere besluit zou zijn gekomen;
  • de verlening onjuist was en de subsidieontvanger dat wist of behoorde te weten;

Ook na het vaststellen van de subsidie kan door het UWV ingetrokken worden of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd worden. Dat kan wanneer:

  • voor zover de subsidieverlening onjuist is;
  • voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten;
  • het UWV bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van feiten of omstandigheden, op grond waarvan de subsidie lager dan volgens de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;
  • de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten;
  • de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan verplichtingen uit de NOW.

In de eerste twee gevallen dient het UWV de schade die de subsidieontvanger lijdt doordat hij in vertrouwen op de subsidie anders heeft gehandeld dan hij zonder subsidie zou hebben gedaan te vergoeden. Bovendien dient het UWV in de eerste twee gevallen een redelijke termijn in acht nemen. Verder geldt ten aanzien van de laatste drie gevallen dat de subsidievaststelling niet meer kan worden ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger kan worden gewijzigd wanneer:

  • vijf jaar is verstreken sinds de bekendmaking van de subsidievaststelling, of
  • wanneer niet voldaan is aan de verplichtingen van de NOW-regeling, vijf jaar sinds de dag waarop in strijd met die verplichtingen is gehandeld of aan die verplichtingen had moeten zijn voldaan.

Het UWV heeft daarnaast de mogelijkheid de betaling van het voorschot op te schorten. Dit is aan de orde als sprake is van een ernstig vermoeden dat de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden, (na vaststelling blijkt dat) niet aan de subsidievoorwaarden wordt/is voldaan, onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en het verstrekken van de juiste gegevens tot een andere besluit zou zijn gekomen, de verlening onjuist was en de subsidieontvanger dat wist of behoorde te weten of het UWV bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn van feiten of omstandigheden, op grond waarvan de subsidie lager dan volgens de subsidieverlening zou zijn vastgesteld.

Ten onrechte verleende subsidie kan worden teruggevorderd.  

Indien sprake is van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit, dan kan het UWV aangifte doen van fraude bij het Openbaar Ministerie, dat vervolgens kan besluiten om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen en tot strafrechtelijke vervolging over te gaan. Op grond van informatie van het UWV of op grond van signalen en meldingen kan de Inspectie SZW onder gezag van het OM een opsporingsonderzoek instellen. Voorts zullen door middel van data-analyse controles worden uitgevoerd. Ook zullen achteraf risicogericht controles worden uitgevoerd, zowel op basis van datacontroles als wel door middel van het gebruik van steekproeven.

De ondernemingsraad en de NOW

41. Wat is de rol van de ondernemingsraad bij een aanvraag op basis van de NOW?

Op basis van de regeling NOW is de werkgever verplicht de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, de werknemers, te informeren over de subsidieverlening op basis van de NOW.

Een ondernemingsraad heeft een instemmingsrecht ten aanzien van voorgenomen besluiten voor onder meer vaststelling, wijziging of intrekking van een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden, een arbeids- of rusttijdenregeling of een regeling die ziet op het verwerken van persoonsgegevens. Deze regelingen dienen wel een duurzaam karakter te kennen. Tijdelijke (voor korte duur geldende) regelingen vallen in beginsel niet onder het instemmingsrecht. Het is eveneens aan te raden afspraken met de ondernemingsraad te maken over corona-maatregelen. Dit ter voorkoming dat de OR achteraf stelt dat hen op bepaalde onderwerpen een instemmings- of adviesrecht toekwam, omdat bijvoorbeeld de tijdelijke maatregelen uiteindelijk een meer structureel karakter kent. Controleer altijd het OR-convenant voor eventuele afwijkende en aanvullende afspraken.

 

Openbaarheid gegevens

42. Zijn de gegevens die ik aan moet leveren om in aanmerking te komen voor de subsidie op basis van de NOW openbaar?

Nee, de aangeleverde gegevens berusten in principe alleen bij het UWV. Dat is alleen anders als een derde een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur doet of het UWV de gegevens uit zichzelf openbaar maakt. Bij een wens vooraf om bepaalde informatie niet openbaar te laten worden, is het zinvol om bij de aanvraag duidelijk aan te geven dat die informatie vertrouwelijk en bedrijfsgevoelig is en dat u bij eventuele openbaarmaking graag vooraf de gelegenheid wil krijgen om daar iets van te vinden (in de vorm van een zienswijze).

43. Als mijn gegevens openbaar gemaakt worden, kan ik daar dan wat tegen doen?

Wanneer het UWV de gegevens openbaar maakt, na een verzoek of uit zichzelf, geldt dat de weigerings- en uitzonderingsgronden uit de Wet openbaarheid van bestuur onverkort van toepassing zijn. Dat betekent dat bijvoorbeeld bezien dient te worden of openbaarmaking niet leidt tot onevenredige benadeling. Als werkgever moet het UWV je in de gelegenheid stellen een zienswijze naar voren te brengen omtrent de openbaarmaking, omdat je daar als werkgever naar verwachting bedenkingen tegen hebt. In die zienswijze kun je dan aangeven welke gegevens niet openbaar gemaakt zouden moeten worden en waarom. Dat is alleen anders als naar verwachting geen bedenkingen zullen bestaan bij de werkgever (of een regeling dwingt tot openbaarmaking).

44. Geldt de mogelijkheid van een zienswijze voor alle gegevens die ik aan lever in het kader van de subsidie op basis van de NOW?

Hoewel uit (de toelichting op) de NOW-regeling lijkt te volgen dat voor de hieronder opgesomde gegevens geen zienswijze gevraagd hoeft te worden, geldt dat uit de NOW-regeling volgt dat ermee ingestemd wordt dat deze gegevens openbaar gemaakt kunnen worden. Dat veronderstelt een belangenafweging en laat nou net ook die zienswijze-mogelijkheid een moment geven om de eigen belangen naar voren te brengen. Daarmee zou de minister toch kunnen worden bewogen af te wijken van het niet vragen van zienswijzen. Voor zover de opgesomde gegevens bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten (wat betwijfeld kan worden), kan voor die gegevens waarschijnlijk geen beroep gedaan worden op de weigeringsgrond vertrouwelijk verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens. Een beroep op de weigeringsgrond onevenredige benadeling of een andere weigerings- of uitzonderingsgrond is wellicht wel mogelijk.

  a. de naam en het adres van werkgever;
  b. het verstrekte voorschot; en
  c. de vastgestelde subsidie.

45. Het UWV heeft de door mij aangeleverde gegevens in het kader van de eerste NOW-regeling gepubliceerd, kan ik daar wat tegen doen?

Omdat sprake is van een besluit, is het gedurende zes weken mogelijk een bezwaarschrift in te dienen. Het register is op 10 juli 2020 online geplaatst, zodat de bezwaartermijn op 21 augustus 2020 verstrijkt. Wanneer geen bezwaar wordt ingediend, komt het besluit tot openbaarmaking in rechte vast te staan en wordt het geacht rechtmatig te zijn.

Zie voor meer informatie over openbaarmaking van gegevens op basis van de Wet openbaarheid van bestuur: https://overheidenopenbaarheid.nl/