Inleiding
In de eerste blog van deze reeks stond het arrest van de Hoge Raad van 16 mei 2025 rondom de beëindiging van duurovereenkomsten centraal. In dit arrest heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de verhouding tussen een contractueel opzegbeding en de werking van de redelijkheid en billijkheid. In deze tweede blog wordt stilgestaan bij de verschillende mogelijkheden waarop duurovereenkomsten kunnen worden beëindigd. Dit zijn:
- Opzegging;
- Ontbinding;
- Vernietiging.
Opzegging
Hoe opzegging moet gebeuren is afhankelijk van de vraag voor welke duur de overeenkomst is aangegaan: (i) onbepaalde tijd of (ii) bepaalde tijd.
Duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd
Het is vaste rechtspraak dat duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd, waarbij zowel door de overeenkomst als door de wet niet voorzien wordt in een opzeggingsmogelijkheid, in beginsel mogen worden opgezegd. Wel kan het zo zijn dat gelet op de aard en de inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of een (schade)vergoeding moet worden betaald. In het arrest van de Hoge Raad van 16 mei 2025 wordt meer concreet stilgestaan bij dit soort situaties. Opmerking verdient dat in het geval in de overeenkomst wél iets geregeld is voor wat betreft de opzegmogelijkheden, deze bepalingen leidend zijn.
Duurovereenkomsten voor bepaalde tijd
Uitgangspunt is dat duurovereenkomsten voor bepaalde tijd in principe niet tussentijds opzegbaar zijn. Een uitzondering op het voorgaande is als de tussentijdse opzegbaarheid volgt uit de wet, de duurovereenkomst zelf of de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.
Ontbinding
Artikel 6:265 Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een overeenkomst onder omstandigheden kan worden ontbonden. De overeenkomst kan worden ontbonden in het geval sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de duurovereenkomst. Dit betekent dat een partij zijn verplichtingen niet volledig, tijdig en/of correct nakomt.
Voordat tot ontbinding kan worden overgegaan, moet aan het verzuimvereiste van artikel 6:74 BW worden voldaan. Van verzuim is sprake als (i) een partij in gebreke is gesteld, (ii) nakoming door de tekortkomende partij blijvend onmogelijk is, of (iii) wanneer fatale termijnen zijn overschreden.
De partij die tekortkomt kan op grond van de zogenaamde “tenzij-formule” nog wel stellen dat sprake is van een bijzondere aard of geringe betekenis van de tekortkoming die de ontbinding niet rechtvaardigt. Als dit verweer slaagt, kan de duurovereenkomst niet worden ontbonden.
In het geval een rechtsgeldige ontbinding van de duurovereenkomst plaatsvindt, bevrijdt de ontbinding de partijen van de overeengekomen rechten en verplichtingen. Zogenaamde ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan. Dit houdt in dat reeds verrichte prestaties moeten worden teruggedraaid. Als het ongedaan maken (praktisch) onmogelijk is, bijvoorbeeld omdat een bepaald product al is gebruikt, moet een redelijke vergoeding voor de waarde van de prestatie worden betaald.
Vernietiging
Ten slotte kan een duurovereenkomst in bepaalde gevallen worden vernietigd. Een duurovereenkomst komt tot stand door aanbod en de aanvaarding. Voor het tot stand komen van aanbod en aanvaarding is vereist dat de desbetreffende partij daadwerkelijk de wil heeft gehad om een overeenkomst aan te gaan. Het komt echter regelmatig voor dat deze wil op een gebrekkige wijze tot stand is gekomen. Dit heet een wilsgebrek. In het geval sprake is van een wilsgebrek kan een duurovereenkomst onder omstandigheden worden vernietigd. Er zijn vier wilsgebreken:
- Dwaling;
- Bedrog;
- Bedreiging;
- Misbruik van omstandigheden.
Als sprake is van een dergelijk wilsgebrek, kan de duurovereenkomst worden vernietigd. Dit kan door een uitspraak van de rechter, maar ook door een partij zelf zonder tussenkomst van de rechter. De vernietiging heeft tot gevolg dat de overeenkomst wordt geacht niet te bestaan; alles wordt teruggedraaid. Dit betekent dat rechten en plichten uit de overeenkomst komen te vervallen.
Het grootste verschil tussen ontbinding en vernietiging is dat vernietiging terugwerkende kracht heeft en ontbinding niet.
Tips
Uit het bovenstaande volgt dat voor partijen meerdere mogelijkheden bestaan om een duurovereenkomst te beëindigen. Dit maakt het soms onoverzichtelijk voor partijen. Het is daarom aan te raden om inde duurovereenkomst afspraken te maken over de beëindigingsmogelijkheden, passend bij de contractuele relatie. Zo kan tussen professionele partijen onder meer worden opgenomen dat de mogelijkheid tot ontbinding en/of vernietiging wordt uitgesloten.
Wij denken in zulke situaties graag met u mee.
Vooruitblik
In de volgende blog -en tevens laatste van de reeks- zal stil worden gestaan bij de speciale regels bij het beëindigen van bijzondere duurovereenkomsten.