Ga naar de inhoud

In onze maandelijkse blog bespreken wij recente jurisprudentie naar aanleiding van de Didam arresten I en II. Deze maand lichten wij één uitspraak uit die in augustus 2025 is gepubliceerd. Dat is de uitspraak van 5 augustus 2025 (ECLI:NL:RBNHO:2025:8688 ), waarin de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland oordeelde dat de gemeente Heemskerk zonder een openbare selectieprocedure te organiseren een nieuw opstalrecht voor een windmolen mocht verlenen aan de bestaande exploitant.

Eerdere blogs over de Didam-jurisprudentie vindt u eenvoudig door de zoekterm ‘Didam’ in de zoekbalk op onze website in te typen. Heeft u vragen over de gevolgen van de Didam-arresten voor overeenkomsten tussen overheden en marktpartijen of hulp nodig bij het opstellen van een transparante verkoopprocedure? Neem dan contact op met Diede van der Heijden of Jurgen Vermeulen.

Feiten

In 2005 verleende de gemeente aan Windenergie een recht van opstal voor de exploitatie van een windmolen. Dit opstalrecht liep in juni 2025 af. De gemeente was voornemens dit recht opnieuw aan Windenergie te verlenen, aangezien zij de continuïteit van de duurzame energieopwekking kon waarborgen door gebruik te maken van de bestaande netaansluiting. Voor een nieuwe exploitant gold dat, vanwege de bestaande netcongestie, een nieuwe aansluiting pas vanaf 2035 tot daadwerkelijke levering van duurzame stroom zou kunnen leiden. Indien het opstalrecht niet aan Windenergie zou worden verlengd, zou de windmolen worden verwijderd en daarmee ook de netaansluiting verloren gaan.

EcoHeemskerk had zich sinds 2023 ingespannen om mede- of opvolgend exploitant te worden en stelde eveneens een serieuze gegadigde te zijn. Zij verzette zich tegen de keuze van de gemeente en startte een kort geding.

Oordeel van de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter stelde voorop dat beoordeeld moest worden of het waarborgen van de continuïteit van de opwekking en levering van energie aan het elektriciteitsnet als een redelijk selectiecriterium kon worden aangemerkt, en of objectief vastgesteld kon worden dat slechts één gegadigde aan dit criterium voldeed.

Het waarborgen van continuïteit werd als een gerechtvaardigd criterium aangemerkt. Vervolgens oordeelde de voorzieningenrechter dat uitsluitend Windenergie, door haar bestaande netaansluiting, in staat was om op korte termijn duurzame elektriciteit te blijven leveren.

De door EcoHeemskerk aangedragen alternatieven, zoals levering via een directe lijn, werden door de voorzieningenrechter onvoldoende realistisch beoordeeld. Daarnaast woog mee dat EcoHeemskerk zich niet als zelfstandige opvolger van de exploitant had gepresenteerd, maar vooral participatie binnen een breder samenwerkingsverband nastreefde. De gemeente  mocht Windenergie daarom als enige serieuze gegadigde aanmerken en het opstalrecht opnieuw aan haar verlenen. De vordering van EcoHeemskerk om de gemeente te veroordelen alsnog een openbare selectieprocedure te organiseren werd afgewezen.

Belang voor de praktijk

Deze uitspraak laat zien dat onder omstandigheden de continuïteit van publieke belangen, zoals de voortzetting van duurzame energieopwekking ondanks netcongestie, een doorslaggevende factor kan zijn bij de beoordeling of een één op één gronduitgifte in overeenstemming is met de Didam-regels. Dit geldt in het bijzonder wanneer dergelijke omstandigheden ertoe leiden dat beleidsdoelstellingen anders niet of niet tijdig kunnen worden gerealiseerd.