Ga naar de inhoud

In onze maandelijkse blog bespreken wij recente jurisprudentie naar aanleiding van de Didam arresten I en II. Deze maand lichten wij één uitspraak uit die in oktober 2025 is gepubliceerd.

Eerdere blogs over de Didam-jurisprudentie vindt u eenvoudig door de zoekterm ‘Didam’ in de zoekbalk op onze website in te typen. Heeft u vragen over de gevolgen van de Didam-arresten voor overeenkomsten tussen overheden en marktpartijen of hulp nodig bij het opstellen van een transparante verkoopprocedure? Neem dan contact op met Diede van der Heijden of Jurgen Vermeulen .

Uitspraak: Didam niet van toepassing bij indeplaatsstelling

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 14 oktober 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:6369) dat de gemeente Doetinchem geen passende mate van openbaarheid heeft betracht over de manier van toewijzing van bedrijfskavels. Daarmee heeft de gemeente de Didam-regels tegenover Tamoil geschonden en onrechtmatig jegens Tamoil gehandeld. Een interessante uitspraak die ook relevant is voor andere gemeenten die bedrijfskavels op een bedrijventerrein aanbieden.

Feiten

De gemeente heeft het A18 Bedrijvenpark ontwikkeld en verkoopt bedrijfskavels. Tamoil heeft in 2013 een kavel verworven van de gemeente en exploiteert daar een tankstation voor het beroepsvervoer. Tot 2020 was het aanbod van kavels op het A18 Bedrijvenpark groter dan de vraag. De gemeente hoefde daarom niet te selecteren tussen bedrijven die geïnteresseerd waren in een perceel. Vanaf 2021 is de gemeente een selectiemethode gaan hanteren (een wachtlijst) waarvan naar eigen zeggen de criteria verband hielden met het tijdstip van aanmelding, de gewenste perceelgrootte en de planologische inpasbaarheid van de onderneming. 

Kuster exploiteert net als Tamoil tankstations. De gemeente en Kuster hebben in september 2022 een optieovereenkomst gesloten met betrekking tot een bedrijfskavel. In juni 2023 is met de gemeente een koopovereenkomst gesloten voor de kavel die in augustus 2023 is geleverd. Tamoil heeft de gemeente bij e-mail van 28 september 2023 laten weten geïnteresseerd te zijn in een perceel op het A18 Bedrijvenpark.

De gemeente heeft aangevoerd dat het college van burgemeester en wethouders in juli 2021 de werkwijze heeft vastgesteld aan de hand waarvan een perceel aan een geïnteresseerde partij kon worden gegund. Die werkwijze zou volgens de gemeente inhouden dat de namen van bedrijven die geïnteresseerd waren in een perceel werden geplaatst op een wachtlijst, dat percelen werden toegewezen aan de bedrijven die het hoogst op de wachtlijst stonden, dat bij de gunning ook werd nagegaan of er een match was tussen gewenste en beschikbare perceelgrootte en dat ook werd onderzocht of de bedrijfsactiviteit paste binnen de planologische kaders. Daarnaast heeft de gemeente aangevoerd dat zij aan de nieuwe werkwijze een passende mate van openbaarheid heeft gegeven, omdat de wijze van selecteren via een wachtlijst staat vermeld op de website van de gemeente.

Oordeel van de voorzieningenrechter

Het hof oordeelt dat de gemeente geen passende mate van openbaarheid heeft betracht bij de invoering van de nieuwe werkwijze voor toedeling van percelen op het A18 Bedrijvenpark. Ten eerste stelt het hof vast dat niet is gebleken dat de nieuwe werkwijze op de website van de gemeente is gepubliceerd. Ten tweede vermeldt het hof, dat zelfs als de werkwijze wel zou zijn geplaatst op de website van het bedrijvenpark, dat een onvoldoende beschrijving bevat van de selectiecriteria. Informatie over het bestaan van een wachtlijst verschaft immers nog geen informatie over de selectiecriteria voor toewijzing van een perceel zoals (volgens de gemeente) gewenste kavelgrootte en bestemming. Daar komt bij dat de door de gemeente overgelegde wachtlijst klaarblijkelijk voor intern gebruik is. De overgelegde lijst laat twijfel bestaan over de objectiviteit, toetsbaarheid en redelijkheid van de daarin gehanteerde selectiecriteria. Zo is bij een gegadigde de opmerking te lezen “Willen we dit?”, wat minst genomen duidt op mogelijke subjectiviteit bij de toedeling van percelen, in plaats van dat de volgorde van binnenkomst in alle gevallen bepalend was. Bij een ander perceel is vermeld “Bedrijfsverzamelgebouwen bieden we niet aan en komen onderaan de wachtlijst”. Deze opmerking getuigt niet alleen van het bestaan van een criterium dat niet voorkomt in de beschrijving van de nieuwe werkwijze door de gemeente, maar botst ook met het feit dat Kuster op de Kavel een bedrijfsverzamelgebouw heeft gerealiseerd. Ook de ter zitting bij het hof door de gemeente genoemde marge voor de kavelgrootte – een factor anderhalf – blijkt niet uit enige informatievoorziening. Ten derde blijkt uit de overgelegde stukken dat bedrijven door contacten op de vastgoedbeurs Provada of in gesprekken met medewerkers van de gemeente op de hoogte zijn geraakt van een wachtlijst en hebben gevraagd te mogen worden geplaatst op deze wachtlijst. Dat is onvoldoende om te kunnen concluderen dat een passende mate van openbaarheid in acht is genomen.

Omdat de gemeente geen passende mate van openbaarheid heeft betracht over haar nieuwe werkwijze van toewijzing van bedrijfskavels op het A18 Bedrijvenpark zijn daarmee de Didam-regels geschonden. De gemeente heeft daardoor in beginsel onrechtmatig gehandeld tegenover Tamoil die een potentiële gegadigde was voor een perceel op het A18 Bedrijvenpark. Door de onrechtmatige gedraging van de gemeente heeft Tamoil mogelijk schade heeft geleden. Als aan de nieuwe werkwijze voor de uitgifte van percelen op het A18 Bedrijvenpark een passende mate van openbaarheid was gegeven, was er een kans geweest dat Tamoil zich eerder dan Kuster op de wachtlijst had laten plaatsen en dat zij de kavel had verworven. De verklaring voor recht en de verwijzing naar de schadestaatprocedure zullen daarom worden toegewezen.

Belang voor de praktijk

Uit dit arrest volgt dat bij het aanbieden van kavels op een bedrijventerrein door een overheid het aanhouden van een wachtlijst en het publiceren daarvan op zichzelf onvoldoende zijn om te voldoen aan het (op grond van het Didam-arrest geldende) vereiste van een passende mate van openbaarheid. De wijze van verdeling of toewijzing moet zodanig openbaar gemaakt zijn dat de beschikbaarheid van de kavels en de wijze van selecteren kenbaar zijn voor iedere potentiële gegadigde en mededinging niet afhankelijk is van het toevallige contact dat een gegadigde met de gemeente opneemt. Ook moeten de te hanteren (objectieve, toetsbare en redelijke) selectiecriteria om in aanmerking te komen bekend zijn gemaakt.