Een fusie kan om vele redenen aantrekkelijk zijn voor zorgaanbieders. Tegelijkertijd gelden in de zorg aanvullende toezichtregels die een belangrijke rol spelen in een voorgenomen fusie. De zorgspecifieke concentratietoets (ook wel de “zorgspecifieke fusietoets”) vormt daarvan een belangrijk voorbeeld. Voor zorgaanbieders en investeerders is het daarom belangrijk om tijdig stil te staan bij de juridische randvoorwaarden van een fusie in de zorg.
Zorgspecifieke fusietoets
Overnames in de zorg hebben niet alleen economische gevolgen. Zij hebben potentieel ook gevolgen voor de kwaliteit en continuïteit van de zorg. De zorgspecifieke fusietoets zodoende geïntroduceerd om mogelijke problemen te voorkomen ten aanzien van de bereikbaarheid en kwaliteit van zorg die na een fusie van zorgaanbieders zouden kunnen ontstaan. De zorgspecifieke fusietoets is terug te vinden in artikel 49a en verder van de Wet marktordening zorg (“Wmg”).
Wanneer goedkeuring moet worden gevraagd, is afhankelijk van de vraag of sprake is van een ‘concentratie’ en of het om een ‘zorgaanbieder’ gaat.
Concentratie
Voor het begrip ‘concentratie’ wordt een uitstap gemaakt naar de Mededingingswet. Onder een concentratie wordt verstaan:
a. het fuseren van twee of meer voorheen van elkaar onafhankelijke ondernemingen;
b. het direct of indirect verkrijgen van zeggenschap door:
– een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen die reeds zeggenschap over ten minste een onderneming hebben, of
– een of meer ondernemingen over een of meer andere ondernemingen of delen daarvan door middel van de verwerving van participaties in het kapitaal of van vermogensbestanddelen, uit hoofde van een overeenkomst of op enige andere wijze.
Zorgaanbieder
Onder de Wmg wordt verstaan onder een zorgaanbieder:
“1. Een persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent; of
2. Een persoon of rechtspersoon die tarieven in rekening brengt in het kader van de zorgverlening door een (rechts)persoon genoemd onder (1).
Daarbij geldt dat de zorgspecifieke fusietoets niet van toepassing is als de bij de concentratie betrokken zorgaanbieders beiden ind e regel door minder dan 50 personen zorg (doen) verlenen.
Rol van de NZa
De Nederlandse Zorgautoriteit (“NZa”) speelt een belangrijke rol binnen het Nederlandse zorgstelsel, in het bijzonder wanneer het gaat om zorgspecifieke fusies. Zorgaanbieder(s) die wensen te fuseren (tot stand brengen van een concentratie) dienen immers eerst goedkeuring bij de NZa te vragen. De NZa voert de hiervoor bedoelde fusietoets uit. Vind de overname plaats zonder goedkeuring van de NZa, dan heeft de NZa de bevoegdheid een boete op te leggen tot € 500.000,- of 10 procent van de omzet van de zorgaanbieder in Nederland.
De aanvraag bij de NZa gaat gepaard met een rapport over de verwachte effecten van de beoogde fusie. Het rapport biedt ten minste inzicht in:
- de doelstellingen van de concentratie;
- de redenen voor concentratie;
- de structuur van de beoogde organisatie van de zorgaanbieder of zorgaanbieders;
- de financiële gevolgen van de concentratie voor de zorgaanbieder of zorgaanbieders;
- de gevolgen van de concentratie voor de zorgverlening aan de cliënt;
- de risico’s van de concentratie voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de zorg en de wijze waarop deze risico’s worden ondervangen;
- het oordeel en de aanbevelingen van cliënten, personeel en andere betrokkenen over het voornemen tot concentratie en de wijze waarop zij dit kenbaar hebben kunnen maken, alsmede een onderbouwing voor de wijze waarop het oordeel of de aanbevelingen zijn meegewogen bij het voornemen tot concentratie;
- de wijze waarop en het tijdsbestek waarbinnen de concentratie zal worden gerealiseerd.
Vervolgens dient de NZa binnen 4 weken op de aanvraag te besluiten. Daarbij geldt dat de NZa slechts haar goedkeuring aan de voorgenomen concentratie weigert indien:
- cliënten, personeel en andere betrokkenen niet op een zorgvuldige wijze zijn betrokken bij de voorbereiding van de concentratie;
- het oordeel en de aanbevelingen van cliënten, personeel en andere betrokkenen niet overtuigend en beargumenteerd zijn meegewogen in de besluitvorming tot concentratie;
- als gevolg van de concentratie de continuïteit van zorg in gevaar komt;
- het rapport bij de aanvraag onvoldoende inzicht biedt in de te verwachten effecten van de beoogde concentratie;
- de Inspectie gezondheidszorg en jeugd (IGJ) een onderzoek doet naar de kwaliteit van zorg omdat die zorg in ernstige mate afbreuk doet aan het verlenen van goede zorg.
De NZa kan daarentegen ook voorwaarden, voorschriften of beperkingen verbinden aan haar goedkeuring. Goed om daarbij te vermelden is dat de goedkeuring van de NZa onverlet laat dat nog een eventuele ACM-melding plaats dient te vinden.
Aanstaande aanscherping zorgspecifieke fusietoets?
De Wmg staat niet stil: op meerdere onderdelen wordt gewerkt aan modernisering en herziening van het toezichtstelsel. Eind 2025 is er een voorstel tot wijziging van de Wmg ter consultatie gepubliceerd. Het voorstel behelst onder meer een uitbreiding van de zorgspecifieke fusietoets. Volgens de Memorie van Toelichting kunnen concentraties in de zorg – naast evidente voordelen – immers ook negatieve gevolgen hebben voor patiënten en verzekerden. Daarbij wordt aangenomen dat de huidige fusietoets onvoldoende is om evident onwenselijke concentraties tegen te gaan.
Onder het voorstel kan de NZa beter voorkomen dat er concentraties in de zorg plaatsvinden waarvan zij op het moment van aanvraag voor goedkeuring van de voorgenomen concentratie al kan inschatten dat
- die de continuïteit van zorg, in gevaar brengt; of
- de risico’s voor de rechtmatigheid of de kwaliteit van zorg bij een of meer van de betrokken zorgaanbieder(s) groot zijn.
De zorgspecifieke fusietoets is dus in beweging, maar is en blijft een belangrijk element binnen de overnamewereld. Juridische begeleiding bij een voorgenomen overname in de zorg is dan ook van groot belang.
Gekoppelde of gemengde overeenkomsten
Bij een koppelde of gemengde overeenkomst zijn de verschillende regelingen naast elkaar toepasbaar, tenzij deze regelingen niet met elkaar verenigbaar zijn of de strekking van de bepalingen met de aard van de overeenkomst zich tegen toepassing van één van de regelingen verzet (art. 6:215 BW). Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op met Angela van den Bogert.