null

Bijeenkomst De transparante overheid. Wat is nodig en wenselijk?

Op donderdag 10 november 2022 vond de plenaire bijeenkomst ‘’De transparante overheid. Wat is nodig en wenselijk?” plaats. In het Mainport (by Inntel) hotel aan de Rotterdamse Leuvehaven werd door een viertal sprekers samen met een volle zaal van gedachten gewisseld over nut en noodzaak en uitdagingen en kansen van openbaarheid en een goede informatiehuishouding. Het leverde boeiende gesprekken en levendige discussies op met de sprekers en de zaal.

Richard Heijdra (gemeentesecretaris van de gemeente Zuidplas), Joost Oranje (coördinator onderzoeksjournalistiek NOS/Nieuwsuur), Martin Berendse (lid van het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding) en Cornelis van der Sluis (advocaat bij Ten Holter Noordam advocaten en initiatiefnemer van www.overheidenopenbaarheid.nl) gingen met elkaar en met de zaal in gesprek aan de hand van deelthema's en bijbehorende stellingen. Jurgen Vermeulen, eveneens advocaat bij Ten Holter Noordam advocaten, leidde als dagvoorzitter de middag in goede banen. 

Deelthema 1: 'De noodzaak van vertrouwelijkheid' door ondergetekende;

Cornelis trapte de middag af met een tweetal stellingen die zien op de noodzaak van vertrouwelijkheid. Want hoewel bij de Woo in het bijzonder en de transparante overheid in het algemeen meestal het belang van openbaarheid wordt benadrukt, kan ook een noodzaak bestaan om een bepaalde mate van vertrouwelijkheid te hebben. De eerste stelling hierover was:

“De overheid moet door burgers op de hoogte gesteld kunnen worden van misstanden. Dreigende openbaarheid leidt tot terughoudendheid van het delen van informatie op grond waarvan de overheid kan optreden.”

Een voorbeeld hierbij is een burger die een handhavingsverzoek doet tegen een vermeende overtreding van een buurman. Wanneer dergelijke verzoeken openbaar kunnen worden kan dat leiden tot grote terughoudendheid bij het doen van meldingen aan de overheid. Dit belemmert de overheid in het uitvoeren van haar taken. Bovendien is het in dergelijke gevallen twijfelachtig of openbaarheid bijdraagt aan een betere democratische bestuursvoering.

De tweede stelling luidde:

“De overheid legt verantwoording af via een besluit of bijv. antwoorden op vragen van de volksvertegenwoordiging. In dat kader is niet (altijd) nodig of wenselijk dat de hele ambtelijke voorbereiding of gesprekken met externen openbaar worden gemaakt. Dat leidt alleen maar af.”

Joost Oranje haalde als reactie hierop de toeslagenaffaire aan. Was dit allemaal aan het licht gekomen als niet 'gewobt' was? Cornelis stelde hier tegenover dat bij de toeslagenaffaire alle actoren in het democratische proces gefaald hebben. Het ging mis bij het vaststellen van de wetgeving in het parlement, het uitvoeren van deze wetgeving door de Belastingdienst en de toetsing van de daaruit voortvloeiende besluiten door rechters. Kortom: om dat vast te stellen heb je niet de gehele ambtelijke voorbereiding

nodig. Vanuit de zaal volgde hierop het pleidooi om bij de voorbereiding van wetgeving en beleid zoveel mogelijk in de officiële stukken te zetten. Dat zorgt voor transparante besluitvorming. Dat neemt de noodzaak en behoefte ook weg om daarover te gaan 'wobben'.

Deelthema 2: 'De ambtenaar nog voldoende beschermd' door Richard Heijdra;

Richard vertelde vanuit zijn ervaring als gemeentesecretaris dat hij ziet dat ambtenaren door de Woo meer en meer in het politieke domein en het publieke debat worden getrokken. Daar heeft hij de volgende stelling bij:

"Door de Woo komt de ambtenaar als persoon meer en meer in het politieke domein en publieke debat."

Hij noemt het voorbeeld van een windmolenpark. Stel dat het college uiteindelijk beslist dat het windmolenpark er niet komt. Wanneer een ambtenaar in een nota pleiten voor de komst van het windmolenpark kan als mogelijke reactie vanuit de journalistiek of het algemene publiek zijn dat deze ambtenaar tegenover het college wordt geplaatst. Richard merkt dat veel ambtenaren hier niet op toegerust zijn. Zeker nu de Woo ervoor zorgt dat stukken van intern beraad eerder (geanonimiseerd) openbaar moeten worden gemaakt is de kans groot dat ambtenaren op deze wijze in het centrum van het publieke debat worden getrokken.

Vanuit de zaal en vanuit het podium wordt hierop het pleidooi gehouden om als ambtenaar of bestuurder niet bang te zijn. Wanneer vanuit de samenleving de vraag komt waarom ambtenaren in interne stukken andere dingen zeggen dan wat er uiteindelijk in beleid of wetgeving terecht komt zou je dat gewoon moeten kunnen uitleggen: "klopt, we hebben het breed onderzocht, maar zijn hier uiteindelijk op uitgekomen."

Als tweede stelling bracht Richard naar voren:

"De WOO vraagt nieuwe professionaliteit, verantwoordelijkheid en openheid van ambtenaar en bestuur (en samenleving)."

Omdat onder de Woo stukken eerder (actief) openbaar gemaakt moeten worden zal de ambtenaar zich hier goed bewust van moeten zijn. Dat maakt ook dat bij het opstellen van stukken de vraag moet worden gesteld of het voor burgers begrijpelijk is wat op papier wordt gezet.

Deelthema 3: 'De noodzaak van openbaarheid' door Joost Oranje;

Joost stelde na de koffiepauze tegenover het perspectief van de ambtenaar en bestuurder het perspectief van journalisten. Zijn eerste stelling was:

"Voor een goed functionerende democratie is zowel (actieve) openbaarheid als (kwaliteits)journalistiek onontbeerlijk."

Dit zorgde voor een interessant gesprek en discussie met de andere aanwezigen. Joost merkte allereerst op dat de Wob een slechte reputatie had onder journalisten en een grote bron van frustratie vormde. Zo wekt het automatisme waarmee termijnen niet gehaald worden voor grote ergernis. In het verleden was het gebruikelijker dat journalisten 'off the record' met journalisten spraken. Sinds de oekaze van Kok is dit vrijwel onmogelijk geworden. Dit maakt ook dat journalisten hun toevlucht zoeken tot de Wob/Woo. Joost ziet nu dat de informele contacten tussen ambtenaren en journalisten voorzichtig terug lijken te komen. Dat is volgens hem een goede ontwikkeling.

Cornelis voegde hier aan toe dat journalisten/verzoekers nu vaak voor de zekerheid hun verzoeken maar zo breed mogelijk formuleren: "doe mij alles van x, en vergeet ook vooral niet y", daarbij willen ze hun verzoek ook vooral niet inperken/preciseren uit angst om zaken te missen. Informeel overleg kan dit soort omvangrijke verzoeken voorkomen.

Martin reageert hier op met de opmerking dat de Woo deze mogelijkheid van overleg ook geeft: bemiddeling door het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding. Al kunnen momenteel alleen journalisten, wetenschappers en anderen met een beroepsmatig belang hier gebruik van maken.

In zijn verhaal benoemt Joost ook de verantwoordelijkheid die de journalistiek heeft. Daarbij had hij de stelling:

“We moeten meer verantwoordelijkheid nemen: politiek en bestuur moeten durven geven; de journalistiek moet durven laten”

Het gebeurt nog wel dat selectief geshopt wordt in wobstukken op zoek naar die ene quote, waardoor zaken te 'rellerig' gebracht worden. Volgens Joost moeten politiek en bestuur niet alleen durven geven (o.a. via informele contacten met journalisten), maar moet de journalistiek ook durven laten.

Deelthema 4: 'De noodzaak van een goede informatiehuishouding' door Martin Berendse;

Martin focuste in zijn bijdrage op de informatiehuishouding. Hij bracht de prikkelende stelling dat de archieven bij overheidsorganen niet van deze overheidsorganen zelf zijn, maar van ons allemaal als samenleving. Vanuit de zaal kwam hierop het voorbeeld van de aanvraag van een rijbewijs. De stukken die daarbij horen zijn toch niet bedoeld voor een ieder? Martin reageerde hierop dat het feit dat alle stukken die bij overheidsorganen berusten van ons allemaal zijn niet maakt dat alle stukken ook openbaar voor een ieder moeten zijn. De bestuurders en ambtenaren besturen en werken namens ons als samenleving. Dat maakt dat de inhoud van de archieven die daarbij worden aangelegd ook van ons allemaal zijn, dat is niet 'in eigendom' van een overheidsorgaan.

Daarnaast stelde Martin dat een Woo-verzoek een wake-up call moet zijn voor een overheidsorgaan om meer actief openbaar te maken. Vanuit de zaal krijgt hij hiervoor bijval: overheidsorganen zouden moeten sturen op actieve openbaarmaking in plaats van passieve openbaarmaking. Richard brengt hier tegenin dat een groot percentage van de verzoeken gaat over particuliere geschillen. Dat leent zich niet of veel minder voor actieve openbaarmaking.

Martin verzorgde het slotakkoord met de stelling dat gemeenten op het gebied van Open Overheid de weg wijzen. Ministeries zijn nog niet zover. Juist op gemeentelijk niveau is het goed mogelijk om het goede voorbeeld te geven. Dit sluit ook aan bij een bijdrage vanuit de zaal waarin een medewerker van een gemeente aangaf te streven naar zoveel mogelijk transparantie.

Na afloop werd er op de borrel nog gezellig nagepraat over dit immer boeiende en dynamische onderwerp!

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met Cornelis van der Sluis. Op de hoogte blijven? Meld je dan nu aan voor de nieuwsbrief Wet open overheid.