null

Bestuurlijke boete op grond van de Woningwet

Per 1 januari 2015 wijzigt de Woningwet met een uitbreiding van het handhavingsinstrumentarium voor gemeenten. Gemeenten kunnen vanaf die datum mede aan de hand van een bestuurlijke boete optreden. Dit alles om het doel van de Woningwet - het bevorderen van goede woningen – na te streven.

De huidige Woningwet bevat diverse handhavingsinstrumenten om het doel van de wet te kunnen bereiken. Op grond van de huidige wet kan bijvoorbeeld met een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgetreden tegen handelen in strijd met het Bouwbesluit 2012. Ook is een strafbaarstelling van overtredingen die tot ernstige rampen, bijna-rampen en ernstige gevolgen voor de gezondheid en veiligheid leiden, in de Wet op de economische delicten opgenomen. Het huidige handhavingsinstrumentarium blijkt op onderdelen niet toereikend te zijn.

Vanaf 1 januari kan de naleving van de regels ten aanzien van het bouwen, slopen, gebruiken en de staat van bouwwerken worden gehandhaafd met een bestuurlijke boete. Het beoogd effect van een bestuurlijke boete is dat overtreders gestraft kunnen worden als zij overtredingen (blijven) begaan en om potentiële overtreders af te schrikken zodat overtredingen niet of niet meer worden begaan.

Op grond van het nieuwe artikel 92a Woningwet kunnen gemeenten een bestuurlijke boete opleggen indien de overtreder binnen twee jaar na de huidige overtreding een overtreding van artikel 1b Woningwet (kort gezegd: het zonder omgevingsvergunning handelen in strijd met de technische voorschriften in de Woningwet en Bouwbesluit 2012) hebben begaan. Deze overtreding kan ten hoogste worden beboet met € 8.100,-. Is ook sprake van een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de gezondheid of veiligheid, dan kan de boete oplopen naar € 20.250,-.

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete spelen veel strafrechtelijk georiënteerde zaken die mede zijn neergelegd in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht. Gewezen zij op het evenredigheidsbeginsel (artikel 5:46 Awb), het niet twee keer kunnen worden bestraft voor hetzelfde feit (ne bis in idem-beginsel) (artikelen 5:43 en 5:44 Awb), het moeten wijzen op het zwijgrecht (cautie) en het niet hoeven meewerken aan een eigen bestraffing (nemo tenetur-beginsel) (artikel 5:10a Awb).

Voor veel toezichthouders zal dit nieuw zijn. Marcel Smit en Cornelis van der Sluis kunnen u hierover bijpraten in een workshop van 2 tot 3 uur of in specifieke gevallen uiteraard van advies voorzien.