null

Schending van veilige leefomgeving: ontslag op staande voet.

Dat diefstal van zaken van bewoners van zorginstellingen, zoals sieraden, een reden voor ontslag op staande voet is, is reeds in meerdere rechterlijke uitspraken beslist. Ook andere schendingen van de veilige leefomgeving leveren reden voor ontslag op staande voet op.

Ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet is een uiterste maatregel. Rechters zijn erg terughoudend met het rechtsgeldig achten van zo’n ontslag, omdat de gevolgen voor de werknemer doorgaans zeer ernstig zijn. De werknemer verliest immers zijn inkomen en heeft ook geen recht op een WW-uitkering. Bij een andere wijze van beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zoals door een ontbinding door de rechter of het overeenkomen van een vaststellingsovereenkomst, is er veelal wel recht op een WW-uitkering.

Anderzijds, voor werkgevers zijn de gevolgen van een onterecht ontslag op staande voet ernstig. De rechter kan de werkgever veroordelen om de transitievergoeding, een billijke vergoeding en de gefixeerde schadevergoeding te betalen of zelfs het ontslag vernietigen en de arbeidsovereenkomst herstellen.  

Ernst van gedragingen

De ernst van de gedraging van de werknemer kan echter zo ernstig zijn dat diens belang op inkomen daarbij in het niet valt. Bij diefstal en een aantal andere in de wet genoemde voorbeelden, is dat doorgaans het geval. Dat is vaak zo bij schending van de veilige leefomgeving.

‘Geintje’ met een demente bewoonster

Uit verklaringen van drie collega’s blijkt dat een werkneemster een kwetsbare (oudere, demente) bewoonster bewust een rietje heeft gegeven en, toen de bewoonster dat rietje in de mond stak, heeft voorgedaan (en aangemoedigd) hoe zij met het rietje in haar neus een ‘lijntje’ (poedersuiker) kon snuiven. Dit is onder hard gelach gefilmd door de werkneemster, die de opname vervolgens aan een collega heeft gestuurd en deze – nog steeds in aanwezigheid van de bewoonster – heeft getoond aan drie later binnengekomen collega’s. Hoewel de werkneemster en de bedoelde collega op een aantal punten ‘met de vinger naar de ander wijzen’, vindt de kantonrechter dat zij beiden verantwoordelijk zijn voor het voorval. Zij hebben allebei een belangrijk aandeel gehad in het creëren van de ontstane situatie en op geen enkel moment geprobeerd om de situatie (dan wel de ander) te stoppen. Daarmee hebben zij er blijk van gegeven zich onvoldoende bewust te zijn van de kwetsbaarheid van de doelgroep waarmee zij werken.

De stelling van de werkneemster dat de beeldopname niet verder is verspreid, maar meteen door haar is verwijderd, neemt de kantonrechter voor kennisgeving aan. Deze stelling is niet verifieerbaar en doet er bovendien niet aan af dat – door de situatie te filmen – het risico is genomen dat de beelden (onbedoeld/ongewild) verder verspreid zouden kunnen worden, hetgeen de bewoonster, haar familie en de zorginstelling ernstig zou hebben geschaad. Ook de stelling van de werkneemster dat het nooit haar bedoeling is geweest om de bewoonster te filmen, volgt de kantonrechter niet. De werkneemster heeft tijdens de zitting verteld dat zij dagelijks filmpjes en foto’s van de bewoners maakt voor de familie van bewoners, zodat aangenomen wordt dat zij weet hoe zij met een mobiele camera moet omgaan. Als het zo was geweest dat de bewoonster per ongeluk in beeld was gekomen, dan had de werkneemster direct kunnen (en moeten) stoppen met filmen, maar dat heeft zij niet gedaan. De collega’s die het filmpje hebben gezien, hebben bovendien verklaard dat zij uitsluitend de bewoonster op beeld hebben gezien. Gelet op dit alles is het naar het oordeel van de kantonrechter niet geloofwaardig dat de werkneemster de bewoonster per ongeluk heeft gefilmd.

Dat de werkneemster geen kwade intenties bij het voorval heeft gehad, dat dit bedoeld was als ‘lolletje’ en dat zij spijt heeft van haar gedragingen, vormen geen rechtvaardiging voor haar gedrag. Datzelfde gaat op voor het verweer van de werkneemster dat de bewoonster er niet onder heeft geleden. Deze stelling is bovendien gemotiveerd weerlegd door de zorginstelling onder verwijzing naar de verklaringen van de drie collega’s, die afzonderlijk van elkaar verklaren dat de bewoonster verdrietig en aangeslagen was en zich uitgelachen voelde.

De persoonlijke omstandigheden die de werkneemster heeft aangevoerd, zoals de lengte van haar dienstverband (11 jaar), haar leeftijd (59 jaar), haar goede functioneren, de financiële gevolgen van het ontslag en het feit dat zij spijt heeft van haar gedragingen, leiden naar het oordeel van de kantonrechter niet tot een andere conclusie ten aanzien van de rechtsgeldigheid van het op staande voet gegeven ontslag.

Loodgieter filmt schaars geklede minderjarige

Een loodgieter is op staande voet ontslagen, omdat hij bewust een (minderjarig), schaars geklede bewoonster in een woning waar hij werkzaamheden moest verrichten, heeft gefilmd. Volgens de werknemer is de betreffende opname buiten zijn weten om tot stand gekomen vanwege een defect of storing in de ter beschikking gestelde IPad, die hij gebruikt voor zijn werkzaamheden.. De beelden zijn naar voren gekomen tijdens het onderhouden/updaten van de iPad door een IT-bedrijf.

Het filmpje wat tot het ontslag van de werknemer heeft geleid is een opname van 29 seconden. De opname begint met een schokkerig en 90 graden met de klok mee gedraaid beeld. Na 2 à 3 seconden is een jonge vrouw/meisje te zien (waarvan is komen vast te staan dat het een minderjarige van 15 jaar betreft) die gehurkt voor een geopende keukenkast zit en na enkele seconden opstaat. Zij is gekleed in een slip en een hemdje. Gedurende 12 seconden blijft het beeld relatief stabiel op het meisje gericht. Het beeld draait vervolgens met haar mee als zij voor en langs de camera loopt. 16 seconden na aanvang van de opname is het meisje uit beeld verdwenen. Tot het einde van de opname is eerst een bewegend beeld van een keukenkast te zien en daarna nog enkele seconden een relatief stabiel beeld van de keukenkast. Daarna eindigt de opname.

De opgenomen beelden stroken niet met het betoog van de werknemer, die stelt dat de opname is gemaakt op het moment dat hij foto’s wilde maken van het afgeronde werk. In de opname is immers te zien dat het meisje bezig is de keukenkast leeg te halen, hetgeen lijkt te suggereren dat de werkzaamheden nog moesten beginnen.

De kantonrechter oordeelt dat door het zonder noodzaak en zonder medeweten opnames te maken van een persoon in de veilige omgeving van een woning, de privacy van deze persoon ernstig wordt geschonden. De omstandigheid dat die persoon nooit op de hoogte is geweest van het bestaan van die beelden doet daar niet aan af. Evenmin is van belang of er iets met de opnamen wordt gedaan; in de onderhavige zaak is voldoende dat de werknemer die mogelijkheid wél had. In de huidige maatschappij, waarin - al dan niet gewenste - afbeeldingen en opnamen van (gedeeltelijk) ontklede personen, in het bijzonder minderjarigen, via social media (ongewild en) razendsnel (kunnen) worden verspreid, welke afbeeldingen en opnamen bovendien niet op eenvoudige wijze kunnen worden verwijderd, kan niet worden volgehouden dat er ‘niets onaanvaardbaars’ is aan het bewust en heimelijk filmen van een minderjarig meisje dat slechts gekleed is in een slip en een hemdje.

Daarbij komt dat de werknemer de opnamen heeft gemaakt terwijl hij aan het werk was. Daarmee is niet alleen de privacy van het betrokken meisje in het gedrang gekomen, maar ook de integriteit van de werkgever.

Conclusie

De veilige leefomgeving is een groot goed. Als een werknemer van een zorginstelling of van een bedrijf dat werkzaamheden in de leefomgeving verricht, de veiligheid van die leefomgeving schendt, is dat al heel snel reden voor ontslag, en zelfs voor ontslag op staande voet.

Heeft u vragen over de arbeidsrechtelijke consequenties van misdragingen van een werkne(e)m(st)er? Neem dan contact op met Léon Peeters (peeters@thna.nl, 088-2344513).