Met ingang van 2026 zijn er nieuwe subsidieregelingen in werking getreden op het gebied van de volkshuisvesting. De regelingen vormen een nieuwe en nadere stimulans voor herstructurering van aandachtsgebieden. In deze blog wordt ingegaan op twee voor de woningbouw belangrijke subsidieregelingen, namelijk de realisatiestimulans en de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen.
Realisatiestimulans
De Realisatiestimulans trad in werking op 1 januari 2026. Het doel van deze regeling is om gemeenten financieel te ondersteunen bij het realiseren van betaalbare woningen. In totaal is hiervoor ongeveer € 1,5 miljard beschikbaar. De regeling bestaat uit een basisbijdrage en een extra opslag voor woningbouw in kwetsbare gebieden, de zogenoemde NPLV-gebieden (als opgenomen in het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, ‘NPLV’). Mogelijk worden in de toekomst nog aanvullende opslagen ingevoerd, maar dat is nu nog niet het geval.
Basisbijdrage
De basisbijdrage bedraagt € 7.000 per betaalbare woning. Deze bijdrage wordt toegekend op basis van het aantal betaalbare woningen dat binnen een gemeente wordt gerealiseerd door nieuwbouw of verbouw, waarvan de bouw is gestart tussen 1 januari 2025 en 31 december 2029. Voor woningen waarvoor al een Rijksbijdrage is ontvangen, bijvoorbeeld op grond van het Besluit Woningbouwimpuls 2020, wordt geen basisbijdrage verstrekt.
De hoogte van de basisbijdrage wordt bepaald aan de hand van het aantal betaalbare woningen waarvan de bouw in het voorafgaande kalenderjaar is gestart. Zowel nieuwbouwwoningen als woningen die door andere toevoegingen, zoals optoppen of transformatie, aan de woningvoorraad worden toegevoegd, tellen mee. Het gaat om het bruto aantal woningen; gesloopte woningen hebben dus geen invloed op de hoogte van de bijdrage.
De bijdrage geldt uitsluitend voor zelfstandige woningen in het betaalbare segment. Dit betreft sociale huur, middenhuur en betaalbare koop, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Regeling Realisatiestimulans. Ook woonwagens komen in aanmerking, zolang zij onder de definitie van een betaalbare woning vallen. Voor onzelfstandige woningen wordt geen basisbijdrage verstrekt. Bij de realisatie van een gebouw met onzelfstandige woningen kan wel een basisbijdrage worden toegekend, namelijk een bedrag van € 7.000 per gebouw, ongeacht het aantal onzelfstandige woningen binnen dat gebouw.
Voor reguliere nieuwbouwwoningen geldt dat een BAG-registratie van de start van de bouw voldoende bewijs is dat de bouw is begonnen. Bij verbouw kan een gezamenlijke verklaring van de gemeente en de ontwikkelaar dienen als bewijs dat de bouw is gestart.
De basisbijdrage wordt uitgekeerd in het jaar na registratie. De minister kan het uit te keren bedrag aanpassen als het totale uitkeringsplafond van € 1.486.000.000 onvoldoende blijkt om alle aanvragen volledig te honoreren. Na ontvangst van de middelen mogen gemeenten zelf bepalen hoe zij deze inzetten om de woningbouw binnen de gemeente verder te stimuleren.
Op grond van artikel 2.2 lid 3 van de Realisatiestimulans kan de minister de specifieke uitkering aan een gemeente verlagen als de gemeentelijke woningbouwprogrammering leidt tot een duidelijke overschrijding van de nationale en provinciale betaalbaarheidsdoelstelling. Deze doelstelling houdt in dat tweederde van de woningen betaalbaar moet zijn, waarvan 30% sociale huur. In dat geval kan de minister de bijdrage met maximaal 33% verlagen.
Opslag voor woningbouw in kwetsbare gebieden (NPLV)
HNaast de basisbijdrage is binnen de Realisatiestimulans extra middelen gereserveerd voor woningbouw in kwetsbare gebieden die vallen onder het NPLV. Daarnaast zijn er middelen bedoeld voor zorggeschikte en geclusterde woningen en voor de versterking van de ambtelijke capaciteit bij medeoverheden. In het eerste jaar van uitkering worden echter alleen middelen voor woningbouw in NPLV-gebieden verstrekt, omdat voor de andere opgaven momenteel nog andere regelingen bestaan.
De 17 gemeenten met een NPLV-gebied kunnen via de Realisatiestimulans extra ondersteuning ontvangen. Hiervoor is € 230 miljoen beschikbaar gesteld: € 180 miljoen voor het verbeteren van de openbare ruimte en collectieve maatschappelijke voorzieningen, en € 50 miljoen voor tijdelijke ondersteuning en uitbreiding van de gemeentelijke capaciteit.
Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen
De Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen biedt financiële ondersteuning om flex- en transformatiewoningen te financieren en woningen toe te voegen aan een bestaand gebouw. De regeling heeft tot doel om versneld tot sociale woonruimten te komen, waarbij voorwaarde is dat tenminste 30% van de woningen voor statushouders of ontheemden uit Oekraïne bestemd zijn.
De regeling is recent op enkele punten gewijzigd. Zo wordt de bijdrage per zelfstandige woning verruimd naar € 20.000,- waarvan € 6.000,- vrij besteedbaar is voor sociaal beheer. Daarnaast zijn de woningtypes die in aanmerking komen voor een bijdrage uitgebreid. Zo komen woningen die zijn ontstaan door splitsing in aanmerking, waarbij uitgangspunt is dat alleen woonruimten die aan de bestande woningvoorraad worden toegevoegd in aanmerking komen voor een uitbreiding. De bijdrage per gesplitste zelfstandige woonruimte bedraagt € 7.000,- en € 4.000,- voor sociaal beheer.
Daarnaast is het mogelijk om een uitkering voor de realisatie van onzelfstandige woningen aan te vragen. Bij realisatie van meer dan twee onzelfstandige sociale woonruimten zal er een bijdrage per onzelfstandige woonruimte worden verstrekt van € 7.000,- en € 4.000,- voor sociaal beheer.
| Woonruimte | Onrendabele top | Sociaal beheer |
| Zelfstandig | € 14.000,- | € 6.000,- |
| Onzelfstandig | € 7.000,- | € 4.000,- |
| Gesplitst zelfstandig | € 7.000,- | € 4.000,- |
Deze nadere subsidiemogelijkheden passen goed in de tendens die de laatste jaren is ingezet, op basis van de Nationale Woon- en Bouwagenda, en waarvan al veel gebruik is gemaakt. De samenwerking tussen gemeenten en corporaties om tot herstructurering te komen krijgt hierdoor een stimulans, waardoor ook commerciële bouw gemakkelijker kan worden gerealiseerd. De aandacht voor herstructurering past weer mooi in de lijn van de Wet versterking regie volkshuisvesting, dat het al bestaande artikel 80a Woningwet dat de zorgplicht van gemeenten voor stedelijke vernieuwing regelt, weer nieuw leven inblaast. Ook die wet is gevolgd op de Nationale Woon- en Bouwagenda. Het nu demissionaire kabinet heeft die wet enigszins aangepast doorgezet en, nadat die aangenomen was in de Tweede Kamer, nog een novelle naar de Tweede Kamer gestuurd.
Ook de aanpassing van het Vrijstellingsbesluit van de Europese Commissie voor de middenhuur betekent een stimulans voor woningbouw en herstructurering. Daarover schreven wij in een andere blog Aanpassing DAEB-Vrijstellingsbesluit.
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan contact op met Jetske Huber.