Document - Ten Holter Noordam advocaten

Beslissen op aanvragen in het bestuursrecht; termijnen in corona-tijd

Bij de overheid kunnen aanvragen worden ingediend. Te denken valt aan aanvragen om een vergunning of het verkrijgen van informatie. De wet geeft in de regel een termijn waarbinnen gereageerd moet worden. In hoofdzaak regelt de Algemene wet bestuursrecht dat zo’n termijn in een bijzondere wet staat. Ontbreekt die termijn in die bijzondere wet, dan geldt het uitgangspunt van een redelijke termijn (8 weken).

Wet openbaarheid van bestuur

Voorbeeld van een bijzondere wet is de Wet openbaarheid van bestuur. Die kent een termijn van vier weken om te beslissen op een verzoek om informatie. De Wob geeft ook een mogelijkheid om die termijn met nog eens vier weken te verdagen (artikel 6 van de Wob). Daarnaast is een voorbeeld de Wabo die voor bijvoorbeeld een simpele vergunning om te mogen bouwen, zelfs maakt dat een aanvraag – bij stilzitten van de overheid – van rechtswege is verleend (zie het derde lid van Artikel 3.9 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).

Termijn opschorten

Buiten bijzonderheden kan de termijn om te moeten beslissen worden opgeschort. Een juist nu, tijdens de maatregelen vanwege het rondwarende coronavirus, is een niet veel voorkomende reden om op te schorten relevant. De overheid kan zich immers beroepen op overmacht waardoor zij niet in staat is te beslissen op een aanvraag (Artikel 4:15 Algemene wet bestuursrecht, meer specifiek lid 2, onder c). De overheid moet dit beroep op overmacht laten weten aan de aanvrager. Blijft dit uit, en verstrijkt de termijn, dan is men te laat en kan na een schriftelijke ingebrekestelling beroep wegens niet tijdig beslissen worden ingesteld.

De overmacht moet gelegen zijn in een onmogelijkheid om te beslissen die veroorzaakt wordt door abnormale en onvoorziene omstandigheden buiten toedoen van de overheid zelf en die ook buiten zijn risicosfeer liggen. Het afbranden of onder water lopen van het gemeentehuis zijn voorbeelden. Van veel geslaagde beroepen op overmacht is geen sprake. Het willen afwachten van een rechterlijke uitspraak of informatie van een andere overheid is onvoldoende.

Nu geen sprake is van een totale 'lock down' lijkt het niet vanzelfsprekend dat sprake is van overmacht. Een specifieke motivering en duiding is wel op zijn plaats. Specifieke omstandigheden in een concreet geval die maken dat het onmogelijk is om tot besluitvorming te komen wegens de nu geldende maatregelen kunnen natuurlijk wel maken dat sprake is van overmacht. De tijdelijkheid - vooralsnog - van de maatregelen maakt dat een dergelijk beroep niet snel nodig zou moeten zijn. Die omstandigheden maken ook dat een beroep wellicht niet snel zal slagen.