null

Cumulatie matigingsgronden terug bij oplegging Arboboetes?

Op 26 mei 2021 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een drietal belangrijke uitspraken (12 en 3) over de matigingsgronden bij bestuurlijke boetes op grond van de Arbeidsomstandighedenwetgeving (Arbowetgeving). In dit blog licht ik deze uitspraken toe. Naar aanleiding van deze uitspraken overweegt de Afdeling namelijk dat er sprake kan zijn van samenhang tussen matigingsgronden uit de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving (Beleidsregel). Leidt deze samenhang tot de terugkomst van cumulatie?

Situatie ná 6 mei 2015: cumulatie matigingsgronden onevenredig

Met haar uitspraak van 6 mei 2015 oordeelde de Afdeling dat de cumulatie van de matigingsgronden tot dan toe onevenredig was. Tot die datum kon een beroep op de matigingsgronden uit de Beleidsregel alleen slagen als aan alle drie de matigingsgronden werd voldaan. Daarop paste de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de matigingsgronden aan. 

Terug naar vóór 6 mei 2015? Samenhang verschillende matigingsgronden mogelijk

Met haar drie uitspraken lijkt het erop dat de Afdeling langzaamaan terugkomt van haar eerdere oordeel uit 2015. Onder verwijzing naar haar uitspraak van 15 juli 2020 overweegt de Afdeling dat sprake kan zijn van een samenhang tussen de verschillende matigingsgronden. In die uitspraak wees de Afdeling op de toelichting van de Beleidsregel, waarin wordt toegelicht dat sprake kan zijn van samenhang. 

Met name in deze uitspraak van 26 mei 2021 krijgt die samenhang nu feitelijk weer de cumulatie die de Afdeling eerder onevenredig achtte. Zo overweegt de Afdeling:

“6.2 In dit geval leidt het ontbreken van een veilige werkwijze ertoe dat de staatssecretaris zich op het standpunt heeft mogen stellen dat ook niet aan de drie andere matigingsgronden heeft voldaan.

De toepasbaarheid van de matigingsgronden lijkt daarmee zeer sterk gekoppeld te zijn aan de ontwikkeling van een veilige werkwijze. Anders gezegd, zonder die veilige werkwijze wordt niet toegekomen aan de (overige) matigingsgronden. Daarmee lijkt sprake van cumulatie van de matigingsgronden over de band van de ontwikkeling van een veilige werkwijze.

Gelukkig voor werkgevers gaat de Afdeling in diezelfde rechtsoverweging nog wel in op de overige matigingsgronden, zodat de cumulatie niet in alle gevallen aan de orde is:

Op het moment van het ongeval deed [appellante sub 2] onderzoek naar een permanente, veilige werkwijze, waarmee het valgevaar zoveel mogelijk kon worden beperkt, maar was nog niet bekend wat deze werkwijze zou moeten zijn. De veilige werkwijze die [appellante sub 2] later heeft toegepast, het installeren van de H-frames, was toen nog niet geïmplementeerd en de randvoorwaarden daarvoor waren nog niet gecreëerd. [appellante sub 2] heeft evenmin adequate instructies gegeven of adequaat toezicht gehouden. De gegeven instructies en het gehouden toezicht waren namelijk in overeenstemming met de tijdelijke, niet veilige werkwijze. Het toezicht hield feitelijk in dat medewerkers vanaf de grond oplettend moest zijn op scheefstaande diepteliggers, moesten melden wanneer dit werd geconstateerd en dat rondes werden gelopen om toezicht te houden. De medewerkers hadden ook instructies gekregen om op scheefstaande diepteliggers te letten. Nu echter niet altijd vanaf de grond te zien was of diepteliggers scheef lagen, waren deze instructies en dit toezicht niet adequaat om deze overtreding te voorkomen.

Les voor de praktijk: blijf aantonen dat je aan de matigingsgronden voldoet

Hoewel niet in alle gevallen sprake is van cumulatie, lijkt de Afdeling langzaam maar zeker terug te keren naar de cumulatie van matigingsgronden zoals we dien kenden tot 6 mei 2015. In het licht van het evenredigheidsbeginsel, en de steeds grotere rol daarvan binnen het bestuursstrafrecht, is dat mijns inziens niet (goed) verdedigbaar. Dat de wetgever het heeft over die samenhang rechtvaardigt namelijk (nog) niet dat de cumulatie terugkomt. Waarschijnlijk (en hopelijk) wordt de soep minder heet gegeten, maar het blijft van belang als werkgever aan te tonen dat je aan de matigingsgronden voldoet. Om, na een onverhoopt arbeidsongeval, zoveel mogelijk kans te maken op matiging van de bestuurlijke boete is het aangewezen in ieder geval vooraf in te zetten op de ontwikkeling van een veilige werkwijze.

Heeft u vragen over de Arboboete en matigingsgronden? Neem dan contact op met Casper Dekker.