Ondertekening contract - Ten Holter Noordam advocaten

Ontbinding arbeidsovereenkomst ambtenaar in detentie wegens deelname aan een criminele organisatie

Nog steeds zijn er niet veel gepubliceerde uitspraken over ambtenaren die sinds 1 januari 2020 onder het ‘normale’ arbeidsrecht vallen (de zogenaamde Wnra-ambtenaren). De Kantonrechter Groningen had op 26 maart 2020 de primeur met de eerste (gepubliceerde) Wnra-uitspraak. Ook heeft de Kantonrechter Maastricht op 25 mei 2020 in kort geding uitspraak gedaan in een kwestie waarin een ambtenaar van de gemeente Valkenburg onder meer wedertewerkstelling vorderde. Onlangs heeft de Kantonrechter Den Haag de arbeidsovereenkomst van een in detentie verblijvende ambtenaar ontbonden wegens verwijtbaar handelen (de e-grond). Wat was hier aan de hand?

Verwijtbaar handelen

De werknemer was sinds 25 juni 2001 in dienst bij de Staat der Nederlanden (ministerie van Financiën) in de functie van behandelfunctionaris. Bij uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 17 februari 2020 is de werknemer veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar wegens deelname aan een criminele organisatie, medeplegen van opzettelijke uitlokking van poging tot afpersing en medeplegen van schending van het ambtsgeheim. De werkgever verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van de werknemer te ontbinden op grond van verwijtbaar handelen. De werknemer voert geen verweer tegen het ontbindingsverzoek.

Redelijke grond voor ontbinding

De werkgever voert aan dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in verwijtbaar handelen. De werknemer heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden, misbruik gemaakt van de bedrijfsmiddelen door bovenmatig surfgedrag en het structureel niet nakomen van afspraken en huisregels. Daarnaast heeft de werknemer informatie uit de systemen gebruikt en dit doorgespeeld aan criminelen voor de smokkel van verdovende middelen.

Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door de werkgever in dat verband naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW. Daartoe wordt overwogen dat het door de werknemer niet weersproken handelen voldoende is om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Mede omdat het strafbaar handelen van de werknemer samenhangt met zijn werkzaamheden.

De kantonrechter ziet geen reden om te oordelen dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn in de rede ligt. De werknemer is in eerste aanleg veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor onder andere deelname aan een criminele organisatie. Het kan niet van de werkgever worden verlangd, gezien zijn handelen, mocht hij toch op korte termijn vrij komen, hem ergens anders te werk te stellen.

De kantonrechter wijst het verzoek van de werkgever toe en ontbindt de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang.

Afsluitend

Al met al komt de (gepubliceerde) Wnra-rechtspraak beetje bij beetje op gang, maar veel is het nog steeds niet te noemen. De rechtspraak die gepubliceerd wordt, zullen wij u onder de aandacht blijven brengen.