null

Woningcorporaties & AVG: wetsvoorstel op komst voor de verwerking van bijzondere- en strafrechtelijke persoonsgegevens

Op 10 november 2021 kondigde de minister van Binnenlandse zaken, minister Ollongren, middels een brief aan de Tweede Kamer een aanpassing van de Woningwet aan. Aanleiding hiertoe is een onderzoek naar de knelpunten die woningcorporaties ervaren bij het verwerken en met name het delen van persoonsgegevens van bewoners. Uit het onderzoek blijkt dat in bepaalde situaties woningcorporaties geen bijzondere- en strafrechtelijke persoonsgegevens mogen verwerken ingevolge de Algemene Verordening Gegevensbescherming (“AVG”), terwijl dit wel noodzakelijk kan zijn voor een goede vervulling van hun wettelijke taken. Wat precies de knelpunten zijn en hoe dit ook al weer zit met de AVG, wordt in deze blog toegelicht.

De verwerking van ‘normale’-, bijzondere- en strafrechtelijke persoonsgegevens

Woningcorporaties verwerken (delen, opslaan, verzamelen, structureren, etc.) veel verschillende persoonsgegevens. Denk aan persoonsgegevens in een huurovereenkomst  of inkomensgegevens voor het tegengaan van scheefwonen. Dit zijn doorgaans ‘normale’ persoonsgegevens, die op basis van één van de zes rechtmatige grondslagen in de AVG verwerkt mogen worden. Voor een woningcorporatie is de grondslag vaak gelegen in een wettelijke verplichting ingevolge de Woningwet. Dat houdt meestal verband met de uitvoering van een (huur)overeenkomst met een betrokkene. Artikel 46 Woningwet verplicht bijvoorbeeld tot het voorrang geven aan een doelgroep en vooral aan de doelgroep die recht heeft op huurtoeslag. Ook de toewijzing van een huurovereenkomst wordt gereguleerd. Het moet ‘passend’ zijn, wat ongeveer wil zeggen dat de laagste huren bij de laagste inkomensgroep terecht komen. Artikel 47 Woningwet geeft corporaties zelfs een opdracht om in het kader van diensten van algemeen economisch belang (gebaseerd op het Europese recht) onder meer voor huisvesting van de doelgroep zorg te dragen, wat overigens een afgeleide is van de grondwettelijk vastgelegde  zorgplicht van de overheid om voldoende huisvesting te bevorderen (artikel 22.2 Grondwet).

Bijzondere- en strafrechtelijke persoonsgegevens vormen afzonderlijke categorieën in de AVG. Onder strafrechtelijke persoonsgegevens vallen gegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten of daarmee verband houdende veiligheidsmaatregelen. Dit wordt breed uitgelegd, niet alleen veroordelingen maar ook (min of meer) gegronde verdenkingen van strafrechtelijk gedrag vallen hieronder. Deze mogen in principe alleen verwerkt worden indien dit onder andere onder toezicht van de overheid gebeurt óf wettelijk is toegestaan. Een goed voorbeeld hiervan is de verwerking van strafrechtelijke gegevens bij de registratie van ongewenst huurdersgedrag, zoals in 2018 goedgekeurd door de Autoriteit Persoonsgegevens (“AP”).

Bijzondere persoonsgegevens betreffen onder andere gegevens over de gezondheid, geloof of seksuele gerichtheid. Op basis van de AVG mogen deze niet worden verwerkt, tenzij een uitzondering van toepassing is (Art. 9 AVG). In de Uitvoeringswet AVG (“UAVG”) zijn uitzonderingen opgenomen op het verbod van verwerking van bijzondere (en strafrechtelijke) persoonsgegevens.  

Uit het onderzoek blijkt dat deze uitzonderingen voor zowel de bijzondere als de strafrechtelijke persoonsgegevens onvoldoende van toepassing zijn bij de uitoefening van de verschillende taken van een woningcorporatie. De verwerking van deze persoonsgegevens kan noodzakelijk zijn bij (i) een medische urgentie of indicatie van een woningzoekende en (ii) bij de uitvoering van de leefbaarheidstaak en het voorkomen van woonoverlast. Op basis van de AVG mag een woningcorporatie geen bijzondere- of strafrechtelijke persoonsgegevens verwerken.

(i) Medische urgentie of indicatie

Het eerste knelpunt doet zich voor bij de toekenning van woningen voor woningzoekenden met een medische urgentie of indicatie. Woningcorporaties kunnen voorrang verlenen aan dergelijke woningzoekenden, maar mogen dat op dit moment niet (schriftelijk) vastleggen. Het registreren dat een woningzoekende een medische indicatie heeft wordt namelijk al gekwalificeerd als een verwerking van gezondheidsgegevens. Nu hiervoor geen uitzondering geldt, is dit ingevolge de AVG verboden. 

(ii) De leefbaarheidstaak en het voorkomen van woonoverlast

Een woningcorporatie heeft verschillende functies. Daaronder valt het bijdragen aan de leefbaarheid. Zodra een bewoner overlast veroorzaakt of voor een onveilige situatie zorgt, kunnen dit strafrechtelijke of bijzondere persoonsgegevens betreffen. Denk aan overlast door verslaving van een bewoner (gegevens over de gezondheid) alsmede bedreiging en gebruik van geweld (strafrechtelijke gegevens). Op dit moment mag een woningcorporatie deze persoonsgegevens niet registreren, laat staan delen ten behoeve van signalering of preventie. 

Doelbinding en noodzakelijkheid

De wettelijke verankering van de uitzondering op het verbod van de verwerking van bijzondere- en strafrechtelijke persoonsgegevens voor woningcorporaties zou uitkomst kunnen bieden. Dit betekent echter niet dat iedere verwerking gerechtvaardigd is. Het beginsel van doelbinding zorgt er namelijk voor dat persoonsgegevens in beginsel alleen voor dat doeleinde verwerkt mogen worden (de uitzondering van een ‘verenigbare verwerking’ wordt hier verder niet besproken). Dit doeleinde zal door de wetgever vastgelegd moeten worden in de wet (Art. 6 lid 3 AVG). Daarenboven, mogen de persoonsgegevens alleen verwerkt worden, indien dit daadwerkelijk noodzakelijk is om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Indien op een andere, minder ingrijpende, manier aan de verplichting voldaan kan worden, zal de woningcorporatie zich niet mogen baseren op deze uitzondering.

Tot slot

Het is duidelijk dat bij de registratie van persoonsgegevens van bewoners en woningzoekenden relatief snel een bijzonder- of strafrechtelijk persoonsgegeven verwerkt kan worden. Het registreren van bepaalde overlast of de noodzaak van een specifieke medisch hulpmiddel in de woning is daarom al snel onrechtmatig in het kader van de AVG. Alhoewel duidelijk uit het onderzoek blijkt dat enige uitzondering gewenst is, zal het een uitdaging worden voor de wetgever om dit voldoende duidelijk en in lijn met de AVG in de wet te verankeren.

Wilt u meer weten over de AVG? Neem contact op met Corine d'Hulst. Meer weten over woningcorporaties? Neem dan contact op met Michael de Groot.