In uw organisatie heeft u een medewerker die inmiddels langer dan 104 weken ziek is. Deze medewerker is door ziekte niet meer in staat de bedongen arbeid (lees: het eigen werk) te verrichten en herstel is niet te verwachten. U betaalt de medewerker inmiddels geen loon meer. Bouwt deze medewerker nog wel vakantiedagen op?
Eerder informeerden wij u over een uitspraak op 12 augustus 2025 van de kantonrechter Arnhem. In die zaak ontving de medewerker een IVA-uitkering, omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was. De medewerker werkte niet meer, de periode van 104 weken was ruimschoots verstreken en de medewerker ontving geen loon meer. Toch bouwde de medewerker nog vakantiedagen op volgens de kantonrechter Arnhem, omdat het volgens de kantonrechter in strijd is met Europees recht om opbouw van vakantiedagen afhankelijk te stellen van het recht op loon.
Vóór de feestdagen kwam de kantonrechter te Groningen in een andere zaak echter tot een ander oordeel waarover wij u graag informeren in deze blog. Maar eerst brengen wij in het kort in herinnering hoe de opbouw van vakantiedagen in Europees en nationaal verband is geregeld.
Opbouw van vakantiedagen: wat zegt Europa en Nederland
Het recht op vakantie met behoud van loon is een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de EU. Dit recht is vastgelegd in artikel 7 lid 1 van de Arbeidstijdenrichtlijn en artikel 31 lid 2 van het Handvest Grondrechten EU. Artikel 7 lid 1 van de Arbeidstijdenrichtlijn voegt daar aan toe dat het recht op doorbetaalde vakantie geldt overeenkomstig de in de nationale wet gestelde voorwaarden voor het recht op en de toekenning van vakantie. Het recht op vakantie is er om twee redenen: het biedt de werknemer een recuperatieperiode en een periode van ontspanning en vrije tijd. Belangrijk is dat de nationale wetgeving niet in strijd mag zijn met de Arbeidstijdenrichtlijn of het zojuist aangestipte Handvest.
In Nederland is het recht op vakantie met behoud van loon geïmplementeerd in de wet. Het Europese recht stelt het recht op doorbetaalde vakantie niet afhankelijk van het recht op loon. Nederland doet dit echter wel en dat is een bewuste keuze geweest van de wetgever. De hoofdregel is namelijk dat er over de periode waarop er geen recht op loon is, ook geen vakantiedagen worden opgebouwd. Op deze hoofdregel bestaan uitzonderingen die wij hier verder niet bespreken.
Maar wat geldt er tijdens ziekte? Sinds 2012 geldt de hoofdregel ook tijdens ziekte. Dat betekent dus dat er ook tijdens ziekte vakantiedagen worden opgebouwd, zolang er maar recht op loon is. Dat recht op loon is er tijdens een slapend dienstverband niet meer. En dus bouwt werknemer met een slapend dienstverband geen vakantiedagen meer op, zo is de gedachte. Toch ligt dat genuanceerder en is discussie mogelijk. Dat komt met name omdat het Hof van Justitie van EU meerdere malen duidelijk heeft gemaakt dat lidstaten het ontstaan van het recht op doorbetaalde vakantie niet afhankelijk mogen stellen van een voorwaarde. En dat is nou juist wat Nederland wel doet. Daartegen wordt echter wel bepleit dat deze uitspraken van de Europese rechter gaan over situaties die niet vergelijkbaar zijn met het slapende dienstverband.
De uitspraak: wat is het oordeel van de kantonrechter Groningen
De werknemer in deze zaak werkte als installatiemonteur. Op 8 november 2021 werd werknemer arbeidsongeschikt. Vanaf 6 november 2023 ontving de werknemer een WIA-uitkering. De werknemer werkte niet meer en ontving geen loon. Ondanks het feit dat de medewerker langdurig arbeidsongeschikt was en geen recht op loon meer had, claimde hij wel vakantie-uren (238,35 uren) te hebben opgebouwd na het einde van de wachttijd (104 weken). De werknemer vond namelijk dat de nationale wetgeving over de opbouw van vakantiedagen in strijd is met Europees recht. De werknemer verwees naar de eerdere uitspraak van de kantonrechter Arnhem.
De kantonrechter is het niet eens met zijn collega kantonrechter in Arnhem en wijst de vordering van de werknemer af. Daarvoor geeft de kantonrechter een aantal redenen:
- er is in geval van een slapend dienstverband geen recht meer op loon;
- op basis van de Arbeidstijdenrichtlijn is er recht op vakantie met behoud van loon. In geval van een slapend dienstverband is er geen recht op loon en dus kan er van behoud van loon geen sprake zijn;
- de doelstellingen van vakantie, namelijk recuperatie en ontspanning en vrije tijd, kunnen niet meer worden bereikt. Er wordt namelijk niet meer gewerkt door de werknemer;
- de werknemer valt na het einde van de wachttijd vaak terug op een sociale zekerheidsuitkering en die uitkering garandeert in principe ook een doorbetaalde vakantie.
De conclusie is dus dat de kantonrechter Groningen van oordeel is dat er tijdens een slapend dienstverband geen vakantiedagen worden opgebouwd.
Consequenties
Als het oordeel van de kantonrechter Groningen moet worden gevolgd, dan pakt dit goed uit voor uw organisatie. Vakantiedagen worden op basis van deze uitspraak namelijk niet langer opgebouwd tijdens een slapend dienstverband. Daarmee worden potentiële hogere eindafrekeningen voorkomen.
Zoals de titel van deze blog al suggereert, is deze discussie nog niet beslecht en zullen naar verwachting andere zaken volgen. Ons advies is voor nu vooral goed op de hoogte te blijven. Wij houden de ontwikkelingen voor u in de gaten.
Contact
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog of over dit onderwerp, neemt u dan gerust contact op met Alex Olsthoorn (0610072315 of olsthoorn@thna.nl)