Ga naar de inhoud

Recent zijn er twee uitspraken op rechtspraak.nl gepubliceerd over de vraag of een gemeente in het kader van een bouwproject schadevergoeding verschuldigd is. Enerzijds gaat het over de vertraging bij een bestratingsproject. Anderzijds gaat het om het intrekken van vergunningen voor de renovatie van bestaande bouw en nieuwbouw.

Hieronder behandel ik beide uitspraken.  

Geen schadevergoeding verschuldigd

Het opschuiven van de datum van de start van het werk kan in beginsel aanleiding zijn voor een schadevergoeding die de opdrachtgever aan de aannemer moet voldoen. Wel geldt dat de vertraging in de risicosfeer van de opdrachtgever moet liggen.

De aannemer vond in dit geval dat de gemeente het werk te laat had gegund en het terrein te laat had vrijgegeven. Hierdoor liep het project uit. De aannemer wilde daarom ca. EUR 450.000 aan extra kosten vergoed krijgen.

De rechter wijst deze schadevergoedingsvordering af. Niet kan worden vastgesteld of de vertraging is gelegen in de risicosfeer van de opdrachtgever.

Volgens de rechtbank ligt namelijk ook vertraging in de risicosfeer van de aannemer: de bankgarantie werd te laat gesteld en er was sprake van (ver)late levering(en) van natuursteen (zie hierna).

Ook stemde de aannemer zélf zonder voorbehoud in met een latere startdatum. Daardoor kan de aannemer niet achteraf alsnog een schadevergoeding vorderen.

Vertraging i.v.m. late levering natuurstenen

De grootste vertraging is veroorzaakt door de late levering van de natuursteen. Dat lag niet aan de gemeente, maar aan de leverancier van de aannemer. De gemeente kon het terrein dus wel eerder hebben vrijgegeven, de aannemer kon dan alsnog niet starten met het werk.

De gemeente is in dit geval dus geen schadevergoeding verschuldigd.

Overigens heeft de gemeente in dit geval ook afgezien van een tegenvordering tot betaling van een boete voor het te laat opleveren van het werk. 


Hierbij de link naar het vonnis.

Wel schadevergoeding verschuldigd

Toevallig dezelfde gemeente als bij de vorige uitspraak, moest in een ander geval wel de schade als gevolg van vertraging bij een bouwproject vergoeden.

De gemeente had in dit geval reeds aan een projectontwikkelaar verleende bouwvergunningen ingetrokken. Daardoor liep het project twee jaar vertraging op en ontstond schade bij de projectontwikkelaar.

De bestuursrechter had eerder al geoordeeld dat de intrekking van de vergunningen onterecht was. Hierdoor heeft de gemeente onrechtmatige besluiten genomen.

De schade die de projectontwikkelaar leed, bestaat uit winstderving (derving huurinkomsten), stijging projectkosten, opstartkosten en financieringskosten. De gemeente moet daarom ruim EUR 6,6 mio. schade aan de projectontwikkelaar vergoeden.

Kort en goed: de gemeente is in dit geval wel schadevergoeding verschuldigd.

Het vonnis kunt u hier vinden.

Slotsom

De vorige twee uitspraken laten zien wanneer een gemeente bij vertraging in het kader van een bouwproject schadevergoeding verschuldigd is. De vraag is: in wiens risicosfeer ligt de vertraging?

In het eerste geval oordeelt de rechter dat niet vastgesteld kan worden dat de vertraging in de risicosfeer van de opdrachtgever ligt. Naar ik begrijp, omdat sprake is van ‘concurrent delay’, oftewel: een samenloop van vertragingsoorzaken (eveneens aan de zijde van de aannemer). In het tweede geval is het evident dat de vertraging in de risicosfeer van de opdrachtgever ligt.

Vragen over vertragingen bij een bouwproject of ‘concurrent delay’? Neem gerust contact met me op.