null

Werkgevers van zeevarenden moeten zich aan de nieuwe Dockers Clause houden

Onlangs heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak tussen vakbonden en werkgevers  van zeevarenden over de zogeheten 'Dockers Clause'. De rechtbank oordeelde dat de betreffende werkgevers zich aan deze clausule moeten houden en dat zij de bemanning van kleinere containerschepen dus niet mogen belasten met het sjorren van containers. Wat was hier aan de hand?

Internationale afspraken tussen zeewerkgevers en vakbonden van zeevarenden

In februari 2018 is afgesproken dat de bemanning van containerschepen tot 170 meter in lengte het gevaarlijke werk van verplaatsing en het vastmaken van containers niet meer zelf zou uitvoeren, indien dit ook kan worden gedaan door havenwerkers. Vanaf 1 januari 2020 geldt deze afspraak voor de havens in het noorden en westen van Europa, waaronder dus ook de havens van Nederland. Deze afspraak is vervolgens neergelegd in een cao en ook bestaat de verplichting de afspraak in arbeidsovereenkomsten met de afzonderlijke bemanningsleden op te nemen.

Nadat de internationale vakbondsfederatie ITF, de Nederlandse zeevarendenvakbond en FNV Havens vernamen dat een aantal crewing agencies – uitzendbureaus voor de bemanning van schepen – zich niet aan deze afspraak hielden, hebben zij deze werkgevers in rechte betrokken.

Dockers Clause niet in strijd met het Europees mededingingsrecht volgens de Rechtbank

De werkgevers voeren aan dat de Dockers Clause in strijd is met het Europees mededingingsrecht zoals neergelegd in artikel 101 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In dit artikel is opgenomen dat overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemingsverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen die de handel tussen lidstaten beperken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt beperkt, nietig zijn. De rechtbank deelt dit standpunt echter niet en wijst het verweer van de hand. Daarbij verwijst de rechtbank naar het Albany-arrest van 21 september 1999, waarin het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bepaald dat clausules die voortvloeien uit een sociale dialoog in het kader van een nieuwe cao, immuniteit genieten voor de toets van artikel 101 VWEU. Volgens de rechtbank is hiervan in deze zaak sprake, reden waarom zij de clausule derhalve niet in strijd acht met het Europees mededingingsrecht.

Uitzendbureaus ook gebonden aan clausule

De gedagvaarde uitzendbureaus geven verder aan dat zij niet gebonden zijn aan de betreffende afspraak, omdat zij geen zeggenschap hadden over wat er daadwerkelijk aan boord van de schepen gebeurde. De rechtbank gaat hier echter niet in mee, omdat de uitzendbureaus wel via hun lidmaatschap deel hadden genomen aan het internationale cao-overleg en ter uitvoering daarvan overeenkomsten hadden gesloten waarin de bepalingen van de cao waren toegepast.

COVID-19 kanttekening

Een derde argument van de werkgevers is dat de clausule niet kon worden opgevolgd omdat de scheepwerkers dan zouden worden geconfronteerd met het risico van een COVID-19 besmetting door de havenwerkers die de containers kwamen verplaatsen. Hier gaat de rechtbank deels in mee, waarbij zij aangeeft dat de plicht tot nakoming van de clausule niet geldt wanneer dit wegens overheidsmaatregelen niet mogelijk is.

Werkgevers moeten Dockers Clause opvolgen, óók als er geen zeggenschap is over wat zich aan boord afspeelt

De rechtbank oordeelt uiteindelijk dat het Nederlandse uitzendbureau de clausule dient te volgen op straffe van de verbeurte van een dwangsom. Dit is enkel anders indien er COVID-19 maatregelen van overheidswege van kracht zijn, die strekken tot de beperking van het toelaten van externen aan boord. Voor het buitenlandse uitzendbureau geldt dat zij zich in Nederland in ieder geval aan de afspraak moet houden. De vordering was immers tot Nederland beperkt.

Werkgevers zullen dus in het achterhoofd moeten houden dat de Dockers Clause dient te worden opgevolgd, ook wanneer zij als uitzendbureau geen zeggenschap hebben over hetgeen zich aan boord afspeelt en slechts formeel werkgever zijn.

Heeft u vragen over deze uitspraak of hiermee verband houdende zaken? Neem dan contact op met Bob de Bruijn. Dit blog is geschreven met dank aan Bas Bellaart.