Bekijk in dit stappenplan hoe een rechtszaak bij de burgerlijke rechter gemiddeld verloopt. Klik op de stappen aan de linkerkant van deze pagina om door de pagina heen te scrollen en meer uitleg te krijgen bij elke stap.

Verloop rechtszaak bij burgerlijke rechter - Ten Holter Noordam advocaten

Stap 1 - Deurwaarder bezorgt dagvaarding

Om een rechtszaak te starten dient de eisende partij – de partij die de rechtszaak begint – een dagvaarding te (laten) schrijven. De dagvaarding is een oproepingsbrief waarin de ontvanger (ook wel gedaagde of wederpartij genoemd) wordt opgeroepen om voor de rechtbank te verschijnen. In de dagvaarding legt de eisende partij uit wat er aan de hand is en wat die van de wederpartij wil. De eisende partij dient daarbij zijn verhaal zoveel mogelijk te onderbouwen met bewijs. Om ervoor te zorgen dat de rechtbank erop kan vertrouwen dat de dagvaarding ook echt is aangekomen, wordt die bezorgd door een gerechtsdeurwaarder.

Stap 2 - Rechtbank neemt dagvaarding in behandeling

Minimaal 8 dagen nadat de deurwaarder de dagvaarding bezorgde, neemt de rechtbank de dagvaarding in behandeling. Dat gebeurt bij ‘normale’ civiele zaken achter de schermen (let op: bij kantonzaken is er wél een fysieke zitting). De rechtbank vraagt aan alle partijen die verschijnen om griffierecht te betalen, dat is een bedrag om de zaak in behandeling te nemen. Dit bedrag verschilt per soort zaak en is vaak afhankelijk van het bedrag dat door de eisende partij gevorderd wordt. Na deze stap zijn er twee opties, afhankelijk van of er zich een advocaat heeft gemeld voor de gedaagde. Zie stap 2b. en 2b. Bij de ‘normale’ burgerlijke rechter is bijstand door een advocaat verplicht. Uitzondering hierop zijn zaken die door de kantonrechter behandeld worden. Die oordeelt onder andere over geschillen over huurrecht, arbeidsrecht en claims van minder dan € 25.000,-.

Stap 2a - Advocaat van de gedaagde heeft zich gemeld

Als er zich namens de gedaagde een advocaat heeft gemeld, krijgt die advocaat de kans te antwoorden op de dagvaarding (stap 3).

Stap 2b - Advocaat gedaagde heeft zich niet gemeld

Wanneer de gedaagde géén advocaat naar de rechtbank stuurt, zal de rechtbank de zaak inroosteren voor het geven van een vonnis (stap 6a - vonnis). De standaardtermijn daarvoor is vier weken. In die periode kan een advocaat van gedaagde zich alsnog melden. Als dat gebeurt mag die alsnog antwoorden op de dagvaarding (stap 3). Als zich geen advocaat meldt, doet de rechter uitspraak in afwezigheid van de gedaagde. Dit heet een ‘verstekvonnis’.

Stap 3 - Gedaagde stuurt verweer

Nadat een advocaat zich voor de gedaagde heeft gemeld, heeft die zes weken om schriftelijk te reageren op de dagvaarding. Dat stuk wordt een ‘conclusie van antwoord’ genoemd. De gedaagde kan tegelijkertijd een tegeneis instellen, dat wordt dan een ‘eis in reconventie’ genoemd. Wanneer de rechtbank de conclusie van antwoord heeft ontvangen, wordt achter de schermen op een administratieve zitting, de zogenaamde rolzitting, beslist hoe de zaak verder verloopt.

Stap 4 - Rechtbank beslist

Op de rolzitting beslist een rechter hoe de procedure nu verder gaat. Het inhoudelijk behandelen van de zaak volgt pas later, daarom hoeven beide partijen niet naar deze (rol)zitting te komen. De meest voorkomende beslissing is dat er een ‘echte’ fysieke zitting zal komen, maar het komt ook voor dat partijen nog schriftelijke reacties mogen sturen naar de rechtbank. Als dat gebeurd is, zal dan vaak alsnog een fysieke zitting worden ingeroosterd.

Stap 5 - Zitting rechtbank

De zitting wordt ook wel een ‘mondelinge behandeling’ of ‘comparitie van partijen genoemd.’ In de regel zit er veel tijd, vaak maanden, tussen de beslissing van de rechtbank en het moment waarop de zitting plaatsvindt. Op de zitting zijn altijd ten minste één rechter en een griffier aanwezig. De griffier maakt aantekeningen van wat er gedurende de zitting wordt gezegd. Tijdens de zitting krijgen beide partijen de gelegenheid om hun standpunten toe te lichten (middels hun advocaat). Daarnaast kan de rechter vragen stellen aan partijen. Ten slotte zal een rechter ook altijd onderzoeken of partijen er niet alsnog onderling kunnen uitkomen. Dat betekent dat er twee uitkomsten mogelijk zijn bij een zitting, de rechter geeft een vonnis of partijen maken op of kort na de zitting een deal, een zogenaamde schikking.

Stap 6a - Vonnis (eindvonnis of tussenvonnis)

De rechter mag tijdens de zitting een mondelinge uitspraak doen, maar dat is uitzonderlijk. Gebruikelijker is dat de rechtbank zo’n zes weken na de zitting de uitspraak (het vonnis) per post verstuurt. De rechtbank mag dat moment overigens ook uit te stellen, het vonnis komt dan dus later. Het vonnis bevat de beslissingen van de rechter(s). Als over het gehele geschil beslist is, is er sprake van een eindvonnis de rechtszaak is dan afgelopen. Als een rechter niet over alles heeft beslist, is er sprake van een tussenvonnis. Een rechter kan bijvoorbeeld in een tussenvonnis beslissen dat er meer bewijs geleverd moet worden door een partij. In dat geval loopt de procedure door.

Stap 6b - Schikking

Een rechter zal vrijwel altijd op een zitting vragen of de partijen bereid zijn om in overleg met elkaar het geschil te beëindigen, een ‘schikking.’ Als partijen voor overleg openstaan, zal de rechter de zitting onderbreken zodat de partijen op de gang van de rechtbank met elkaar kunnen onderhandelen over een oplossing. Mochten partijen onderling tot een oplossing komen, dan wordt de oplossing door de rechter direct opgeschreven in een zogenaamd ‘proces-verbaal.’ Deze wordt door beide partijen ondertekend en is hiermee bindend. Dat maakt dat partijen verplicht zijn de opgenomen afspraken na te komen. Komt het niet tot een oplossing dan beslist de rechter de zaak, en wordt de zaak voor vonnis ingeroosterd (zie stap 6a).